Zuidwest Utrecht (Kanaleneiland, Rivierenwijk en Dichterswijk)

Kanaleneiland, Transwijk, Rivierenwijk en Dichterswijk. Uit die wijken bestaat Utrecht-Zuidwest. Nu wonen hier ongeveer 33.000 mensen. Maar nog niet zo heel lang geleden waren hier geen kanalen. En geen huizen. En geen sneltram. En geen Jaarbeurs. Het begon in de middeleeuwen, met de Rijn die hier door moerassen stroomde. De stad Utrecht lag veilig achter de muren en de Domtoren stak boven alles uit. Het gebied lag buiten de stad. Het was vooral in gebruik door boeren die hier koeien lieten grazen.

De Vaartse Rijn en Tolsteeg
Utrecht was in de middeleeuwen een handelstad. De meeste handelsproducten werden per boot aan- en afgevoerd: via de Vecht naar de Noord- en Oostzee en via de Kromme Rijn naar de Lek, en zo naar Keulen en verder. Deze doorgang werd in 1122 afgesloten door een dam in de rivier bij Wijk bij Duurstede. Utrecht moest wel bereikbaar blijven. Daarom werd de Vaartse Rijn gegraven.
Door de Vaartse Rijn werd het gebied eromheen belangrijk: er kwam een haven. Steeds meer mensen gingen hier wonen. Niet alleen schippers maar ook bakkers, molenaars, steenbakkers en touwslagers. In de 14de eeuw werd een verdedigingsmuur om Tolsteeg gebouwd.

Moesgrachten
In de 17de eeuw dachten de bestuurders van Utrecht dat de stad snel zou gaan groeien, net als de andere steden in de Nederlanden. Het gebied binnen de muren en grachten zou te klein worden. Daarom begonnen ze alvast met het graven van nieuwe grachten, aan de westzijde van de Catharijnesingel, buiten de stadsmuren van toen. Hier zou een nieuwe woonwijk komen. Hier zouden de nieuwe inwoners van Utrecht kunnen gaan wonen.
Maar Utrecht groeide helemaal niet zo snel, en de ruimte voor nieuwe bewoners was niet nodig. Uiteindelijk werden er maar een paar grachten gegraven: de Heregracht, de Bloemgracht en Blekersgracht werden gegraven. Deze grachten werden 'moesgrachten' genoemd, omdat de 'warmoezeniers' (mensen die groente verbouwden) ze gebruikten om de stad binnen te varen met hun groente.

Buitenplaatsen aan de moesgrachten en de Vaartse Rijn
Langs de moesgrachten en de Vaartse Rijn werden buitenplaatsen zoals Westraven, Ruimzicht, Rijnhoven en Damlust gebouwd. In zo'n huis woonde een rijke familie in de zomermaanden, achter het huis was een bedrijf, een steenbakkerij of een bierbrouwerij.

Spoorwegen
Tussen de Catharijnesingel en de eerste moesgracht werd in 1843 de eerste spoorlijn in de provincie aangelegd: de lijn Utrecht - Amsterdam. Het spoornet groeide, met de lijnen Utrecht - Arnhem, Utrecht - Rotterdam en Utrecht - Zwolle / Kampen. Iedere lijn had een eigen station. Voor deze lijnen werden de moesgrachten gedempt.Beeldmateriaal nr. 24347

De Jaarbeurs
De eerste jaarbeurs werd gehouden in 1917, met wel 690 deelnemers. De spoorwegen gaven die dag reizen voor half geld, voor de bezoekers aan de beurs. Het was een succes. In de jaren daarna kreeg de beurs een vast gebouw op de Vreeburg. Het gebouw werd snel te klein. Met de nieuwbouwplannen voor Hoog Catherijne (rond 1960) werd ook de nieuwbouw van de Jaarbeursgebouwen aan de Croeselaan bedacht.

Aanleg van Rivierenwijk en Dichterswijk, begin 20ste eeuw
Na de eerste wereldoorlog (1914 - 1918) brak een bloeitijd aan voor de stad Utrecht. Utrecht was een belangrijk handels- en industriecentrum geworden, dankzij de centrale ligging aan het water, het spoor en de weg. Voor de nieuwe bewoners moesten huizen gebouwd worden.
Eind jaren 20 van de vorige eeuw waren delen van het grondgebied van Jutphaas bij Utrecht getrokken. Hier verschenen nieuwe woonwijken zoals de wijken Rivierenwijk en Dichterswijk. Het ideaal waren eengezinswoningen met tuin. De gemeente wilde in iedere geval etagewoningen, zoals in Amsterdam en Rotterdam, vermijden.

Rivierenwijk
De Rivierenwijk is net na 1918 gebouwd. De eerste reeks woningen stond tussen de Waal- en Maasstraat. In de jaren 20 volgden rijen woningen tussen de Waalstraat en de Balijelaan.
De wijk was bedoeld voor geschoolde arbeiders, ambtenaren en spoorwegpersoneel. Een tramlijn verbond de buurt met het centrum.
Na de oorlog kreeg Rivierenwijk een slechte naam als achterstandbuurt. Daarom werd er in de jaren 70 en 80 gewerkt aan de wijk: huizen werden aangepast aan de moderne tijd of gesloopt. Op de lege plekken kwamen nieuwe huizen te staan. Niet iedereen was het eens met deze activiteiten. Zo waren tussen 1975 en 1997 de Maas- en Waalstraat en omgeving regelmatig botsingen tussen protesterende bewoners en aanhang, en de politie.
Zo'n twintig jaar geleden werd opnieuw gesloopt en gebouwd, eerst in de omgeving van het Roerplein, de Roerstraat en Mijdrechtstraat.

Dichterswijk
Langs de Croeselaan en Vondellaan waren vooral boerderijen, tuinderhuizen en steenbakkerijen te vinden. Rond 1930 werden hier de Da Costakade, de Pootstraat en de Asselijnstraat aangelegd. Op de plaats van het buitenhuis Randwijk werden portiekflats gebouwd. De flats aan de Graadt van Roggenweg dateren uit 1954. De Graadt van Roggenweg was de belangrijkste nieuwe invalsweg van de stad, en de toegangsweg tot de Jaarbeurs.

Kanaleneiland / Transwijk
Je kan zien dat de huizen in deze buurt uit dezelfde tijd stammen als de flats aan de Graadt van Roggenweg. Ze zijn in dezelfde periode gebouwd. Het zijn gestandaardiseerde eenheden van drie tot vier verdiepingen. De buurt is ontworpen als woongebied voor wel 30.000 inwoners. De hoogste flats werden gebouwd langs de toegangswegen die de wijk in vieren delen.
Tot 1957 was het een gebied van boeren, in de polder Welgelegen. De wijk is ontstaan na de aanleg van Amsterdam - Rijnkanaal. De verbinding met het centrum van de stad werd toen ook aangelegd: de Graadt van Roggenweg en het verlengde daarvan, de Weg der Verenigde Naties en Martin Luther Kingweg.
In Kanaleneiland werd in beton gebouwd. De betonnen wanden, vloeren en trappen werden aangevoerd op diepladers. Maar de meeste huizen werden nog traditioneel gebouwd; met bakstenen, gewoon op de plaats waar het huis kwam te staan. De huizen waren zo ontworpen dat de bewoners konden 'spelen' met de ruimte, door bijvoorbeeld het gebruik van schuifwanden.
Het was de bedoeling dat meteen ook alle voorzieningen zoals kerken, scholen en winkels gebouwd zouden worden. Men wilde dat de buurtbewoners vanaf het begin alles in de buurt konden vinden dat ze nodig hadden. Dit plan verliep niet goed. De bouw van de voorzieningen bleef achter bij de bouw. Een tijd lang waren er allemaal tijdelijke oplossingen: rijdende minisupermarkten en winkeltjes in garages.

Meer informatie?
Bezoek het publiekscentrum van Het Utrechts Archief en bekijk filmpjes over deze wijk.

De wijk Zuidwest: de Dichterswijk, de Rivierenwijk en Kanaleneiland

Overige websites:

Werkstukken

Onderwerpen