Utrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940 -1945)

Oorlogsplannen in Duitsland
In 1933 kwam in Duitsland Adolf Hitler aan de macht. Hij wilde van Duitsland het machtigste land van Europa maken. Na Oostenrijk veroverde hij Tsjecho-Slowakije en Polen. Daarna wilde hij Frankrijk bezetten. In de aanval op Frankrijk wilde hij meteen Nederland en België veroveren.

Het is oorlog!
Op 10 mei 1940 werden veel Nederlanders wakker van het gebrom van vliegtuigen, ontploffende bommen en het geratel van tanks. Duitse soldaten waren de grens overgetrokken. De oorlog was begonnen. Het Nederlandse leger was veel te zwak om de Duitse aanval af te kunnen slaan, al werd er hevig gevochten, bijvoorbeeld bij de Grebbelinie, in het oosten van de provincie Utrecht. Nadat de Duitsers het centrum van Rotterdam hadden gebombardeerd, en dreigden ook andere steden aan te pakken, gaf Nederland zich over.

Nederland bezet
De Duitsers werden geholpen door Nederlanders die lid waren van de Nationaal-Socialistische beweging (NSB), door meelopers en mensen die wilden profiteren van de situatie. Aan de andere kant ontstond verzet. Het grootste deel van de bevolking was tegen de Duitsers, maar deed niets.

Bevrijding
In het najaar van 1944 werd het zuiden van ons land bevrijd. Het gebied ten noorden van de grote rivieren moest eerst nog de hongerwinter meemaken. Vooral in de grote steden kwamen duizenden mensen om.  In mei 1945 gaven de Duitsers zich over. Op dat moment was Nederlands Indië (het huidige Indonesië) nog door de Japanners bezet. In augustus 1945, na de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, gaven ook de Japanners zich over.

Beeldmateriaal nr. 115561

Utrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog 
Na het bombardement op Rotterdam in mei 1940 waren de Utrechters bang dat hun stad het volgende slachtoffer zou worden. Het waren spannende dagen. Door de overgave aan de Duitsers bleef de stad gespaard.

Leven onder de bezetting
In het begin leken de gevolgen van de Duitse bezetting mee te vallen. Er zaten zelfs voordelen aan: de Utrechtse staalfabrieken kregen opdrachten van het Duitse leger, waardoor vele Utrechters weer aan het werk konden. Maar langzaamaan werden de gevolgen van de bezetting voelbaar. Vanaf de zomer van 1940 kregen de Utrechtse joden te maken met discriminerende maatregelen. Hierdoor mochten zij niet meer naar een gewone school, niet meer naar het zwembad en geen lid meer zijn van een vereniging. Joodse studenten mochten niet meer studeren. In 1942 werden de joodse Utrechters afgevoerd, eerst naar Amsterdam, vervolgens naar Westerbork en daarna naar Auschwitz, naar de vernietigingskampen. Maar een kwart van de 1200 Utrechtse joden overleefde de oorlog.
In 1942 werd voor de Utrechters de bezetting zwaarder. De burgemeester werd vervangen door een NSB-er die de banen onder zijn vrienden verdeelde. Mannen moesten aan de slag in Duitse fabrieken. Omdat te weinig mannen zich meldden, voerden de Duitsers razzia's uit: een deel van de stad werd dan afgesloten en alle mannen meegenomen voor de Arbeitseinsatz om te  werken in Duitsland. Mannen zag je maar weinig meer op straat. Zij waren in Duitsland aan het werk of ondergedoken. 
Steeds meer producten kon je alleen krijgen als je daarvoor bonnen inleverde. In juni 1942 werd voor de eerste keer brandnetel als groente verkocht. De Jaarbeurs ging dicht.

Verzet
De Duitse bezetting leidde tot verzet. Bijna vanaf het begin van de bezetting kwamen illegale kranten en tijdschriften uit, met Utrechtse bladen als ‘Bulletin' en ‘Slaet op den Trommele'. In augustus 1940 werd een Utrechtse afdeling van de landelijke ordedienst (OD) opgericht. De OD bestond voornamelijk uit militairen van het verslagen Nederlandse leger. Men verwachtte dat het Duitse leger wel binnen een jaar verslagen zou worden. De OD wilde de orde handhaven in de te verwachten chaos na de bevrijding. Daarvoor legde de OD wapenvoorraden aan.
Het verzet nam toe vanaf het voorjaar van 1942, toen de bezetter hard op ging treden  Sommige Utrechters zorgden voor onderduikadressen voor joden. Daarmee riskeerden ze hun eigen leven. Een groep Utrechtse studenten was actief in het Kindercomité: ze haalden honderden joodse kinderen uit Amsterdam en brachten ze onder op adressen in het hele land. In het paleis van de aartsbisschop aan de Maliebaan hadden ze alle papieren verstopt over deze joodse kinderen. Daardoor wist men na de oorlog waar deze kinderen vandaan kwamen. Dat was belangrijk om hun echte ouders of familie terug te vinden.
In december 1942 stak een groep studenten de administratie van de universiteit in brand. Ook onder de politie waren steeds minder mensen bereid de opdrachten van de Duitsers uit te voeren. In maart 1943 kregen 21 Utrechtse agenten ontslag omdat ze niet langer joden, studenten en onderduikers op wilden sporen. Het verzet werd steeds sterker. In juli 1943 werd er brand gesticht in het arbeidsbureau. In september schoot verzetsstrijdster Truus van Lier de Utrechtse politiechef G.J. Kerlen dood. Zij werd opgepakt en in het concentratiekamp Sachsenhausen gefusilleerd (doodgeschoten).
De risico's voor alle vormen van verzet waren groot: hardhandig verhoor, gevangenschap en gefusilleerd worden. In Fort de Bilt werden tientallen Utrechtse verzetsstrijders doodgeschoten.

Het laatste oorlogsjaar
In het najaar van 1944 probeerden de geallieerde troepen (Amerikanen, Canadezen, Polen, Nieuw-Zeelanders samen) via de brug over de Rijn bij Arnhem ook het noordelijk deel van Nederland te bereiken. De Slag om Arnhem mislukte. De Duitsers zorgden ervoor dat in het westen van Nederland geen voedsel en brandstof verkrijgbaar was. De laatste bedrijven, maar ook de scholen gingen dicht. Het verzamelen van brandstof en voedsel was de voornaamste bezigheid voor iedereen die hier nog was. Bomen in plantsoenen werden gekapt. De hongertochten gingen steeds verder: eerst trok men vanuit de stad naar het Utrechtse platteland om voedsel te zoeken, daarna naar de Betuwe, de Veluwe en Overijssel. Dat waren hele einden voor verzwakte mensen op fietsen met houten banden
Eind april stonden de Duitsers voedseldroppings toe. De Utrechters keken massaal toe hoe vliegtuigen voedselpakketten uitwierpen boven Welgelegen en Lage Weide, aan de westkant van de stad.

Bevrijding van Utrecht
Op 5 mei 1945 gaven de Duitsers zich over. Twee dagen later trokken Britten en Canadezen de stad via de Biltstraat binnen. Burgemeester Ter Pelkwijk, die sinds zijn ontslag ondergedoken had gezeten, betrok het stadhuis weer.     

Beeldmateriaal nr. 26425

Meer informatie?
Bezoek het publiekscentrum van Het Utrechts Archief en kom meer te weten over Anton Mussert, leider van de NSB die haar hoofdkwartier in Utrecht had. Je kunt ook filmpjes over de bevrijding bekijken.

11 en 12 december 1942: Administratie van Utrechtse Universiteit in brand
Tijdbalk Utrechtse geschiedenis
1943: Utrecht in WO II gedocumenteerd door Jesse en Schut
Tijdbalk Utrechtse geschiedenis
7 mei 1945: Utrecht bevrijd door Britten en Canadezen
Tijdbalk Utrechtse geschiedenis
Tweede Wereldoorlog
Bronnenpakket
Oorlogsdagboek van Jopie van der Veen
van januari 1942 tot oktober 1944
De Tweede Wereldoorlog
entoen.nu - Canon van Nederland

Voor afbeeldingen kijk bij collectie beeldmateriaal.

Overige websites:

Werkstukken

Onderwerpen