In de eerste helft van de 16de eeuw bestonden de Nederlanden uit verschillende gebieden met eigen wetten en regels. Maar wat ze delen is de Habsburgse vorst Karel V. In 1515 werd hij - 15 jaar oud - heer van de Nederlanden, en een jaar later koning van
Spanje. In 1519 werd hij ook nog Keizer van het Duitse rijk.
Het was voor het eerst sinds Karel de Grote (die 800 jaar eerder leefde) dat iemand in Europa over zo'n groot rijk heerste. Karel V had te maken met tegenwerkende Duitse vorsten, oprukkende Turken en een Franse koning die bang was dat Karel zijn rijk nog
verder wilde uitbreiden. Hij trok van oorlog naar oorlog. En oorlog voeren kost veel geld, geld dat de welvarende Nederlanders voor een deel op moesten brengen. Ondertussen probeerde hij de Nederlanden tot een eenheid te maken. Niet iedereen was blij met
Karel V en zijn pogingen de gebieden in Nederland verder onder de duim te krijgen. De steden verzetten zich tegen de hoge belastingen en wilden hun rechten behouden. Ook de edelen hadden zo hun bezwaren: zij wilden hun posities behouden.
Karel V en Utrecht
De bisschoppen van Utrecht waren niet alleen kerkelijk leiders. Zij hadden ook ‘wereldlijke macht', dat wil zeggen dat ze - net als een graaf of een hertog - de echte macht in handen hadden. De bisschoppen kregen deze macht van de vorst, dus aan
het begin van de 16de eeuw van de Habsburger Karel V. De bisschop had problemen: veel Utrechters waren tegen hem, en vóór de hertog van Gelre. Karel V vond dat de bisschop het niet goed deed en nam het bestuur van het gebied van de bisschop
over. Dat gebied heette het Sticht, en was groot: het omvatte de tegenwoordige provincies Utrecht, Drenthe, Overijssel en de stad Groningen.
Om zijn macht duidelijk te maken aan de Geldersen bouwde Karel V de Vredenburg, een groot fort op de plaats waar nu het Muziekcentrum Vredenburg ligt. De burcht was ook bedoeld om de Utrechters onder de duim te houden. Met man en macht werd aan de burcht
gewerkt. In het begin werkten wel 1500 mannen van 's ochtends 5 uur tot 's avonds 7 uur aan de bouw. Al in 1529 was de burcht klaar voor gebruik.
Tachtigjarige oorlog
In 1568 begon de Tachtigjarige Oorlog: de Noordelijke Nederlanden wilden onafhankelijk worden van de zoon van Karel V, Philips II. Onder leiding van Willem van Oranje werd de strijd gevoerd. De opstandelingen probeerden de steden in de
Nederlanden in handen te krijgen.
Beleg van de Vredenburg
Eind 1576 was in Utrecht het beleg van de gehate Vredenburg begonnen. De bevelhebber van het Spaanse garnizoen in de Vredenburg bereidde zich voor op een belegering van het kasteel door de Nederlandse opstandelingen en richtte de kanonnen van het
kasteel op de stad. De tegenpartij plaatste zijn geschut op hoge gebouwen in de omgeving van het kasteel, zoals het huis Oudaen en de Jacobikerk.
d´Avila, de Spaanse commandant, probeerde nog een uitval. Maar na zeven weken beleg gaven de Spanjaarden het op. Op 11 februari 1577 verlieten de Spanjaarden de Vredenburg ‘met vrouwen, kinderen, wapens en meubelen, waarna 100 burgers er binnentrokken met
vliegende vaandels.' Grote opluchting was er in Utrecht, maar ook angst voor nieuwe
bezetting.
Sloop van de Vredenburg
De Utrechters vreesden dat de Vredenburg weer bezet zou worden door de Spanjaarden en wilden dat het kasteel gesloopt werd. Op 2 mei besloot de bevolking het kasteel zelf maar te slopen. Volgens de overlevering trok een grote groep vrouwen
onder leiding van Trijn van Leemput op naar het kasteel en gaf Trijn het sein tot slopen door de eerste stenen los te wrikken. Trijn van Leemput zou zelf enkele jaren tevoren in haar eigen huis twee Spaanse soldaten van de trap hebben gesmeten. Op de
Zandbrug in het centrum van Utrecht kan je Trijn zien staan: daar staat een standbeeld van haar met een houweel in de hand.
In Het Utrechts Archief wordt de rekening voor het stadsbestuur bewaard van de slopers van de Vredenburg.
Na die tijd
Het duurde nog tot 1581 tot het kasteel gesloopt was. Met het puin werd de slotgracht gedempt. Het huidige plein Vredenburg staat op de lege plek die de burcht achterliet. De kasteeltorens bij de muur bleven tot in de 20ste eeuw staan;
eentje was bekend als het ‘Spanjertsgat'.
Archeologen hebben In 1976, 1978 en in 2007 de funderingen van de burcht opgegraven. In het Informatie Centrum Utrecht in Hoog-Catharijne zijn enkele delen van een geschutskelder van het kasteel te zien. Delen hiervan zullen zichtbaar blijven.
Meer informatie?
Bezoek het publiekscentrum van Het Utrechts Archief en maak kennis met Trijn van Leemput die het gehate kasteel Vredenburg bestormde in 1577. Je kunt hier ook
filmpjes bekijken van het Vredenburg in de 20e eeuw.