Ontwikkeling van de stad Utrecht
Utrecht begon rond het begin van de jaartelling als een bescheiden Romeins grensfort, maar werd al in de vroege Middeleeuwen het centrum van een gebied dat grote delen van het Nederland van nu besloeg. De baas over het gebied was de bisschop van
Utrecht. In de 12de eeuw kreeg Utrecht stadsrechten, met jaarmarkten en grachten en muren om de stad als verdediging. Utrecht was niet alleen het kerkelijk centrum, maar handel en ambachten waren ook belangrijk. Eeuwenlang was Utrecht de
grootste stad in de Noordelijke Nederlanden. Pas in de 16de eeuw nam Amsterdam deze positie over.
Kaarten
De oudste stadsplattegronden zijn in de 16de eeuw gemaakt. Deze kaarten zijn gemaakt door Jacob van Deventer. Deze kaarten laten een echte middeleeuwse stad zien, compleet met kerken, markten, molens en grachten. De kaarten uit de
17de en 18de eeuw laten weinig verandering zien. Pas in de 19de en 20ste eeuw groeide Utrecht weer, eerst als centrum van de nationale spoorwegen, en daarna als middelpunt van het net van autosnelwegen. Als je
de oudste kaarten met stadsplattegronden van nu vergelijkt, zie je dat het centrum van de stad nog hetzelfde lijkt. Dit geldt ook voor de andere steden in de provincie Utrecht.
Jacob van Deventer
Jacob van Deventer (1505-1575) was een Nederlandse cartograaf (kaartenmaker).Vanaf 1520 studeerde Van Deventer medicijnen en wiskunde aan de universiteit in Leuven, daarna leerde hij landmeetkunde. Tussen 1536 en 1545 maakte hij veel kaarten van
vijf Nederlandse gewesten (Brabant, Holland, Gelre, Friesland en Zeeland). Deze kaarten zijn de eerste betrouwbare overzichtskaarten.
Van Deventer kreeg rond 1558 van de Spaanse koning Philips II de opdracht om alle steden in de Nederlanden in kaart te brengen. Met die opdracht is hij 15 jaar bezig geweest. Jacob van Deventer heeft verder een zeer teruggetrokken leven geleid; er
is geen afbeelding van hem en over zijn leven weten wij bijna niets.
Kaarten voor de Spaanse koning
In deze tijd begon de Spaanse koning problemen te krijgen met zijn onderdanen in de Nederlanden. Deze problemen noemen wij ‘De Opstand'. Zij verzetten zich tegen hem omdat hij wilde dat in zijn gebieden alleen het rooms-katholieke geloof
aangehangen werd. In de Nederlanden waren veel mensen protestants geworden. Zij werden daarom vervolgd. Bovendien vonden zij dat de Spanjaarden te veel de baas speelden. Uiteindelijk zouden de opstandelingen veel steden onder leiding van Willem van Oranje
en zijn familie innemen.
De Spaanse koning wilde de kaarten gebruiken bij de belegering van opstandige steden in de Nederlanden. Het moesten dus betrouwbare kaarten zijn. Jacob van Deventer moest de steden bezoeken en opmeten en hij moest ook de rivieren in de omgeving van de
steden in zijn kaarten opnemen. De poorten en de vestingwerken, de hoge gebouwen in de steden en de bebouwing rondom de steden tekende hij heel precies, zodat de Spaanse soldaten gemakkelijk de weg konden vinden. Van iedere stad maakte hij twee
tekeningen, een werkkaart waarop de belangrijkste gebouwen stonden aangegeven, en een kaart die naar de Spaanse koning werd gestuurd. Deze kaart is verder uitgewerkt.
Van de ongeveer 300 plattegronden die hij heeft gemaakt zijn er 222 bewaard, voor een deel in Madrid, de hoofdstad van Spanje.
De werkwijze van Jacob van Deventer
Jacob van Deventer kon natuurlijk niet werken met luchtfoto's van de stad. Om de stad goed weer te geven heeft hij allerlei punten in de stad opgemeten en met elkaar verbonden. Hij maakte daarbij gebruik van de driehoeksmeting. Hij ging
ergens in de stad staan en koos twee punten uit die hij kon zien. Hij mat de afstanden tussen de beide punten en zijn standpunt op en mat de hoek tussen de beide lijnen. Daarmee kon hij uitrekenen wat de afstand was tussen de beide eindpunten van de
lijnen. Dit was een nieuwe methode. Misschien heeft Van Deventer hem wel uitgevonden.
Van Deventer mat eerst met de driehoeksmeting de plattegrond van de stad in, dus alsof je van boven op de stad kijkt. Daarna tekende hij de gebouwen van opzij, zodat ze goed herkenbaar waren voor de soldaten. Hij kleurde de kaarten met waterverf in en de
belangrijke verbindingswegen zijn aangegeven door ingeprikte gaatjes op regelmatige afstand. Dankzij Jacob van Deventer weten we hoe onze gewesten en steden er vijfhonderd jaar geleden uitzagen.
Het Utrecht van Jacob van Deventer
Van de stad Utrecht zijn meerdere kaarten bewaard gebleven. Deze kaarten laten in grote lijnen de laatmiddeleeuwse stad met de ommuring en de voorsteden zien. Met de Gildpoort (op de Biltstraat), de Doofpoort (op de Vleutenseweg) en de
Pellecussenpoort (op de Vleutenseweg) konden de voorsteden afgesloten worden. De Vredenburg is goed te herkennen (links van het midden). Dit is de burcht die tussen 1529 en 1532 door de Spanjaarden gebouwd was om de Utrechters in bedwang te houden. De
Vredenburg is in 1577 gesloopt door de Utrechters, met als aanvoerster Trijn van Leemput.
Buiten de muur in het noordwesten (de linkerbovenkant van de kaart) zie je een leprozenhuis. Dit huis waarin leprozen (mensen die melaats waren, een besmettelijke ziekte die leidde tot misvorming) woonden, lag met opzet buiten de stad. Zo liepen de andere
bewoners van de stad minder risico op besmetting.
Oudere kaarten
De oudste kaart van Utrecht stamt uit 1539. Wie deze kaart getekend heeft, weten we niet. De kaart is gemaakt omdat er een ruzie was tussen de stad Utrecht en de Graaf van Hoogstraten. De ruzie ging over de grens tussen de stad en het gebied
waarover de graaf de baas was. De kaart is vooral getekend om het gebied buiten de stad aan de geven, maar de stad zelf is ook ingetekend. Je ziet op de kaart dat Utrecht ook buiten de poort veel grond had die bij de stad hoorde.
Als je deze kaart vergelijkt met die van Van Deventer, dan zie je veel verschillen. De stad is niet getekend zoals hij er in werkelijkheid uitzag: de Oudegracht is op deze kaart weergeven als een rechte lijn, in plaats van de bochtige weg die hij in het
echt door de stad neemt.
Latere kaart: de kaart van Hogenberg
Rond 1570 tekent Frans Hogenberg de stad Utrecht voor de grote stedenatlas (de Civitates Orbis Terrarum) die door Ortelius werd uitgegeven. Dit was de eerste echte stedenatlas, waarvoor speciaal kaarten werden gemaakt.
De kaart van Van Hogenberg is heel gedetailleerd: je ziet precies hoeveel huizen er staan, en welke terreinen nog open waren.
Meer informatie?
Bezoek het publiekscentrum van Het Utrechts Archief en bekijk de multimediale groeikaart van de stad Utrecht (van nul tot nu). In de studiezaal kun je reproducties
van vershcillende oude kaarten van de stad en de provincie Utrecht bekijken en ook kopen in de geschiedeniswinkel.
Voor afbeeldingen van kaarten kijk bij collectie beeldmateriaal.