Van ver buiten de stad Utrecht zie je de Domtoren. Met zijn 112 meter steekt hij nog steeds hoog boven de stad uit. De Domtoren is de hoogste kerktoren in Nederland en het symbool van Utrecht als ‘bisschopsstad'. Je kunt zelfs gebakjes kopen die
"domtorentjes" heten. De Domtoren hoort bij de Domkerk. Vroeger zat de toren aan de kerk vast, zoals dat eigenlijk hoort. Maar ook dat verhaal is een stukje van de geschiedenis van de Utrechtse Dom.
‘Dom' betekent niet dat de kerk niet-slim is. Alleen plaatsen waar een bisschop woont, hebben een Dom. Dom betekent namelijk ‘huis' (domus) van de bisschop of kathedraal omdat in deze kerk de zetel (cathedra) van de bisschop
stond.
De eerste kerk (7de eeuw)
Tweeduizend jaar geleden lag de grens van het reusachtige Romeinse Rijk dwars door het gebied dat nu Nederland is. De grens - die de Romeinen Limes noemden - liep door de provincie Utrecht. Op het huidige Domplein bouwden de Romeinen een
legerplaats. Toen de Romeinen vertrokken waren, gebruikte de bevolking dit fort als woonplaats.
In de zevende eeuw bouwde de Frankische koning Dagobert hier het eerste kerkje. Hij wijdde dat hoogst waarschijnlijk aan Sint Maarten, een populaire heilige bij de Franken omdat hij eerst een echte vechtersbaas was. Deze eerste Sint Maartenkerk was
de voorloper van de huidige Dom.
Willibrord
In 690 kwam Willibrord uit Engeland aan in het land van de Friezen. De Friezen woonden in het kustgebied van de Westerschelde in Zeeland tot voorbij Dokkum. Hij wilde de Friezen bekeren. De paus in Rome benoemde hem tot Bisschop van de Friezen.
Bij een bisschop hoort een Domkerk. Toen Willibrord na 695 in Utrecht aankwam, lag het kerkje van Dagobert in puin. Hij liet het herbouwen en wijdde het opnieuw aan Sint Maarten.
857 - 925: de Vikingen zijn de baas ...
In 793 plunderden de Vikingen het klooster van Lindisfarne in Engeland. Dat was het begin van een periode waarin Deense en Noorse zeelieden in hun drakenboten niet meer alleen kwamen als kooplieden, maar ook als echte rovers. Niemand was
veilig en niets was heilig voor de Vikingen.
In 857 overvielen de Vikingen Utrecht. Ze verwoestten de poorten, de muren en de kerk, en vermoordden verschillende burgers en geestelijken aan het hof van de bisschop. De bisschop kon maar net ontkomen. Pas in de tiende eeuw zijn de bisschoppen weer de
baas in Utrecht en is Utrecht weer veilig. In 925 keerde bisschop Balderik terug naar zijn bisschopsstad en restaureerde hij de Domkerk.
1017-1023: Dom van bisschop Adelbold
Bijna een eeuw later - in 1017 - legde een grote stadsbrand niet alleen veel houten huizen, maar ook de Domkerk in de as. Bisschop Adelbold liet de uitgebrande kerk slopen en bouwde in korte tijd een nieuwe Domkerk. Zijn tijdgenoten waren
vol bewondering voor deze kerk. De Dom van Adelbold was in ieder geval veel groter en mooier.dan de vorige kerk. In 1023 kon de kerk in gebruik worden genomen. Het was een kerk die heel modern was in die tijd: met veel ronde bogen. We noemen die
bouwstijl ‘romaans'.
Hoe de kerk er precies uitgezien heeft, weten we slechts ten dele. Er zijn alleen van het schip een paar tekeningen van de Domkerk van Adelbold gemaakt en bewaard gebleven. En de resten van de fundering zijn bij de bouw van de volgende Domkerk
grotendeels weggebroken.
1254-1520: Bouw van de gotische Domkerk, de kerk van nu
In 1253 raakte ook deze Domkerk van Utrecht bij een grote stadsbrand beschadigd. Er werden plannen gemaakt om weer een nieuwe kerk te bouwen, in de bouwstijl die op dat moment in Frankrijk heel populair was: de ‘gotiek'.
Een gotische kerk is veel hoger en lichter dan een romaanse kerk. Omdat de muren door de vele ramen het gewicht van het dak niet meer konden dragen, werden de muren aan de buitenkant versterkt met steunberen van baksteen. Die steunberen kan je ook nu nog
goed zien als je langs de Domkerk loopt.
Pas 1284, dertig jaar na de brand, was er genoeg geld bij elkaar geschraapt om echt te gaan bouwen. Beetje bij beetje werd de oude Domkerk vervangen. Ondertussen gingen de kerkdiensten gewoon door in het oude schip van de kerk.
De bouw van de Domkerk duurde maar liefst tot 1520, dus bijna 250 jaar. Maar ondertussen werd ook de toren gebouwd.
1321-1382: Bouw van de Domtoren
In 1308 stortte een deel van de oude, romaanse Domkerk in. In 1321 begon op die plaats de bouw van een nieuwe domtoren. De toren was niet alleen bedoeld als kerktoren, maar ook als verdedigingsfort voor de Utrechtse bisschop, compleet met
schietgaten. De kelder van de toren was ook geschikt om te gebruiken als gevangenis.
Een bekende prediker uit die tijd,Geert Grote van de Moderne Devotie, had veel kritiek op de bouw van de Domtoren. Hij vond het geld dat aan de bouw van de toren werd besteed, beter gebruikt kon worden voor de armen en de zieken. Zo'n onnodig hoge toren
leidde tot opschepperij, ijdelheid en hoogmoed.
Zijn woorden maakten geen indruk op de bouwers van de Domtoren. In 1382 was de bouw klaar. Tot aan de spits is de toren 106,75 meter hoog en met de windvaan erbij in totaal 112,50 meter.
In veel andere plaatsen werden kerktorens gebouwd naar het voorbeeld van de Domtoren van Utrecht. De Onze Lieve Vrouwentoren in Amersfoort, de Martinitoren in Groningen en de toren van de Sint Cunerakerk in Rhenen hebben allemaal dezelfde indeling in drie
lagen.
De Utrechtse bisschop heeft de domtoren nooit als vesting gebruikt. Als er gevaar voor hem dreigde in de stad, vluchtte hij liever naar zijn kasteel in Wijk bij Duurstede.
1580: Domkerk in handen van de protestanten
In de Domkerk werd, net als in alle andere kerken in de Nederlanden, het rooms-katholieke geloof beleden. In de 16de eeuw werd het protest tegen de katholieke kerk steeds sterker. De protestanten waren erg tegen het vereren van
heiligen, zoals dat in de rooms-katholieke kerk gebruikelijk is. Ook ergerden de protestanten zich aan de grote rijkdom binnen de kerken: gouden en zilveren beelden, beschilderingen. Een kerk hoort in hun ogen ‘zuiver' te zijn.
In 1580 drongen de protestanten de Domkerk binnen. Ook nu nog zijn de sporen van hun vernielingen in de kerk te zien. De protestanten wonnen de strijd tegen de katholieken. Vanaf 1580 mochten katholieken hun geloof niet meer in het openbaar uitoefenen. Al
het bezit van de katholieke kerk werd in beslag genomen. In 1581 namen de protestanten de Domkerk ook echt in gebruik. Zij haalden alles weg wat zij katholiek vonden zoals beelden, altaren en de gebrandschilderde ramen.
1674: Toren los van de kerk
Op 1 augustus 1674 om half acht 's avonds raasde er een tornado over Utrecht die in de hele stad erg veel schade aanrichtte. Het middenschip van de Dom stortte in. De Domtoren kwam daardoor los te staan van de kerk. Een groot deel van het
puin zou wegens geldgebrek nog anderhalve eeuw blijven liggen. De ruïnes van het ingestorte deel van de kerk deden onder andere dienst als ontmoetingsplaats voor homoseksuelen.
In 1826 werd het puin van het schip eindelijk geruimd. Maar de toren en de kerk zijn nooit meer met elkaar verbonden. Op het Domplein kan je nu nog zien waar de muren van het ingestorte deel hebben gestaan: zij zijn met rode en zwarte steentjes in
het wegdek aangegeven. Dan kan je ook zien dat de bushalte eigenlijk midden in de oude kerk staat.
Meer informatie?
Bezoek het publiekscentrum van Het Utrechts Archief en ontdek wat de gevolgen waren van de grote tornado in 1674 voor de Dom en andere gebouwen in Utrecht. Je kunt
hier ook filmpjes bekijken van de Dom in de 20e eeuw.
Voor afbeeldingen van de Dom kijk bij collectie beeldmateriaal.