Crisisjaren in Utrecht (1929-1940)

 

Beeldmateriaal nr. 43234

De crisisjaren in Nederland
De jaren 1929-1940 noemen we meestal  ‘de crisisjaren' of 'de grote depressie'. Het was een lange tijd van grote werkloosheid en armoede. De crisis begon in oktober 1929 in de Verenigde Staten. Heel snel kregen veel landen te maken met de gevolgen.

Ook Nederland had te maken met de crisis. Van elke vier Nederlandse arbeiders was er één langer dan een jaar werkloos. De regering besloot de werklozen te helpen met geld. Die 'steun' mocht niet te hoog zijn, anders zouden de werklozen - zo dacht de regering - lui worden. Ze kregen een bedrag dat net voldoende was om de huur en een eenvoudige maaltijd te betalen.

Om te voorkomen dat de werklozen er stiekem een baantje bij zouden nemen om wat bij te verdienen, moesten ze één of twee keer per dag ‘stempelen': een stempel halen in een kantoor van de gemeente. Dit vonden de werklozen vervelend en vernederend. De werklozen konden ook gedwongen worden te werken voor de regering. De regering bedacht projecten die door de werklozen uitgevoerd werden. De ‘werkverschaffing' heette dat. De regering sloeg daarmee twee vliegen in één klap: de werklozen waren aan het werk (en verdienden een klein beetje) en op een goedkope manier konden grote projecten aangepakt worden.

Maar je moest maar afwachten welk werk aan jou gegeven werd: dijken bouwen, sloten graven of een stadion of park aanleggen. Het maakte niet uit wat je eigenlijk voor beroep had. Zo kon het gebeuren dat een werkloze onderwijzer met de schop aan het werk moest.

Utrecht in de crisisjaren
Ook in Utrecht kwam de crisis hard aan. Op het hoogtepunt (in 1936) had Utrecht 12.500 werklozen. Dat betekent dat van iedere vijf mensen die wilden werken er één zonder werk zat.

Omdat de mensen weinig geld hadden, werd er minder gekocht en kwamen steeds meer winkels en fabrieken in de problemen. Zo gingen de sigarenfabriek Ribbius Pelletier en de bierbrouwerij De Krans ook dicht. Met als gevolg nog meer werklozen. Veel werklozen probeerden met het doen van kleine klusjes nog iets bij te verdienen. Of openden een klein winkeltje of gingen met garen en band langs de deuren.

Het bestuur van de gemeente Utrecht was heel erg voor ‘werkverschaffing', projecten waarbij werklozen werden ingezet. Zo bouwden werklozen scholen en verwijderden de overbodige tramrails na de opheffing van de laatste tram in 1938. Het Julianapark is door werklozen uitgebreid. Ook legden zij voetbalvelden en atletiekbanen aan. De renbaan Mereveld is ook zo'n werkverschaffingsproject geweest. Maar het meest bekend is de bouw van het station Galgenwaard in 1935.

Stadion Galgenwaard
Utrecht wilde al lang een stadion waar verschillende sporten konden worden beoefend. Maar het duurde lang voordat het stadion echt gebouwd werd. De plaats waar het stadion zou komen, lag midden in de verdedigingslinie. Het ministerie van Oorlog had daar problemen mee. En toen vond men het te duur, in deze crisisjaren. Door het werk uit te laten voeren door werklozen, kon het uiteindelijk toch gebouwd worden.

Op 21 mei 1936 was het toch zover: het nieuwe stadion werd feestelijk geopend. Het was niet alleen een stadion waar gevoetbald zou worden. Lange tijd was wielrennen op de baan van Galgenwaard een heel populaire sport. Ook was het stadion het toneel van windhondenwedstrijden, atletiek, turnen en de Jehova's-getuigen hielden er zelfs hun congressen. In de beginjaren speelden de clubs Hercules en DOS hun wedstrijden in het stadion. De wedstrijden werden goed bezocht. Op een normale zondag trok het stadion zo'n kleine zestienduizend bezoekers.

Julianapark
Het Julianapark ligt aan de Amsterdamsestraatweg, tussen de wijken Elinkwijk, Egelantier-, Mariëndaalstraat en omgeving, de spoorlijn Utrecht - Amsterdam en de Amsterdamsestraatweg. 
Het zuidelijke deel van het park is in 1903 ontworpen in opdracht van een bankier, Jan Kol. Het park werd dan ook het `Kolspark`, of `Tuin van Kol` genoemd.  In 1928 kocht de gemeente Utrecht het park van de famlie Kol.

In het begin van de 20ste eeuw werden in de buurt heel veel huizen gebouwd. Daarom wilde de gemeente het park graag uitbreiden. Dat was in die tijd niet zo gewoon. De meeste parken werden juist aangelegd in rijkere buurten, zoals het Wilhelminapark, en niet in dit soort arbeidersbuurten.

In 1935 werden werklozen ingezet bij de uitbreiding van het park. Toen kreeg het de naam van de kroonprinses van toen: Juliana. Het Julianapark was een groot succes bij de kinderen van de arbeidersbuurten in de omgeving van het park. Het was een echt volkspark. In 2003 is het in de loop der jaren enigszins verwaarloosde park opgeknapt en opnieuw ingericht. In het park vinden diverse festivals plaats en tijdens de zomervakantie een kindertheaterfestival

Meer informatie?

De crisisjaren
entoen.nu - Canon van Nederland

Voor afbeeldingen kijk bij collectie beeldmateriaal.

Werkstukken

Onderwerpen