De Beeldenstorm is de verzamelnaam voor vernielingen van katholieke kerken en bezittingen, tussen 10 augustus en oktober 1566.
Tijdens de Beeldenstorm werden in de Nederlanden honderden katholieke kerken, kapellen, abdijen en kloosters met hun hele inhoud (zoals altaren, beelden, doopvonten, koorgestoelten, preekstoelen, orgels, kelken, schilderijen, kerkelijke boeken en gewaden) totaal vernield door woedende mensenmassa's.
Waarom ontstond de Beeldenstorm?
In de 16de eeuw kwam er protest tegen de katholieke kerk. De protestanten waren erg tegen het vereren van heiligen, zoals dat in de rooms-katholieke kerk gebruikelijk was. Ook ergerden zij zich aan de grote rijkdom binnen de kerken:
gouden en zilveren beelden, beschilderingen ...
Zelf waren de protestanten van mening dat een kerk zo sober mogelijk moest zijn ingericht. Dat je je zonden kon afkopen, vonden ze ook een schande. Maar de Spaanse koning die ook in de Nederlanden de baas was, was heel streng katholiek. Hij vond iedereen die niet volgens de katholieke regels leefde een ketter die gestraft moest worden.
Verder waren ook de edelen boos, onder meer op de landvoogdes Margaretha van Parma. Zij bestuurde het land voor de Spaanse koning. Margaretha regelde altijd de belangrijke zaken zonder met de edelen te overleggen. En dan vond zij dat de edelen alles wat zij bedacht had, wel moesten doen. Toen de edelen zich hierover beklaagden, lachte zij hen bijna uit. En de edelen vonden ook dat zij veel te veel belasting moesten betalen.
Waarom in 1566?
In 1566 was er een hongersnood. Door de strenge winter waren de oogsten mislukt. De hongerige bevolking keek hierdoor met steeds meer afschuw en ergernis naar de rijkdom van de kerken. De vlam kon
hierdoor makkelijk in de pan slaan.
Boze burgers in Utrecht
In 1528 - dus 40 jaar voor de Beeldenstorm - moesten alle burgers die stemrecht hadden (dat waren in die tijd alleen mannen met geld en aanzien) een eed van trouw zweren aan de nieuwe keizer, Karel de Vijfde. De keizer die al de baas was in
veel gebieden in de Nederlanden, werd nu ook baas over de stad Utrecht. Hij nam de macht over van de bisschop van Utrecht. Maar ook de burgers raakten hun zelfstandigheid kwijt en moesten hun stadsleger opheffen.
De keizer liet als teken van zijn macht een groot kasteel bouwen: de Vredenburg. Van daaruit konden zijn soldaten de stad bedwang houden. Op dat moment konden de bewoners van Utrecht weinig doen tegen de macht van de keizer. Maar bijna 40 jaar later zagen zij hun kans schoon, toen overal in de Nederlanden mensen in opstand kwamen.
Beeldenstorm in Utrecht
Omstreeks 1566 waren er in Utrecht behoorlijk veel protestanten. De meeste protestanten hoorden niet tot de bestuurders van de stad en konden dus niet zoveel doen. Maar een paar leden van de adellijke en invloedrijke families waren ook
protestant, zoals Van Rennesse en Van Zuilen Zij vonden het vervolgen en straffen van iedereen die anders geloofde dan de katholieke kerk vertelde fout. En ze vonden dat de invloed van de mensen die de koning uit Spanje stuurde, veel te groot
was.
In augustus 1566 brak de Beeldenstorm uit in veel Nederlandse steden. Op 25 augustus was het zo ver in Utrecht. Na vier dagen van relletjes lukte het de protestanten twee kerken te veroveren. Hun leiders waren de Amsterdamse koopman Dirck Cater en de adellijke heren Van Rennesse en Van Zuilen.
Al een paar weken later was het voorbij. Maar niet alles was verloren: de protestanten mochten van het stadsbestuur vanaf dat moment wel preken en kerkdiensten houden. Alleen niet in een kerk, maar gewoon buiten. Hun vergaderplaats was bij de Witte Vrouwenpoort, die toen ook wel spottend de ‘zandkerk' werd genoemd. Willem van Oranje, toen nog stadhouder van Utrecht, Holland en Zeeland, hielp bij het maken van deze afspraken
De Spanjaarden
Het leek erop dat de onrust voorbij was. Maar dat was niet zo. En de opvolger van Karel V, Philips II, koning van Spanje en heer van de Nederlanden, deed iets heel onverstandigs. Hij stuurde de hertog van Alva met een leger naar de
Nederlanden om de ongehoorzame mensen te straffen. En Alva pakte dat hardhandig aan.
Utrecht werd gestraft met hoge belastingen en de protestanten mochten niet meer bij elkaar komen om te preken. Ook werd een groot aantal Spaanse soldaten in de Vredenburg neergezet om de bevolking eronder te houden.
De Vredenburg gesloopt
Uiteindelijk deed de bevolking hetzelfde als vele anderen in de Nederlanden: zij kwamen in opstand. Tien jaar na de Beeldenstorm, veroverden zij de Vredenburg op de Spaanse soldaten. De bierbrouwer Jan Jacobzn van Leemput en zijn vrouw Trijn
waren daarbij heel belangrijk. De burgers van Utrecht eisten dat het kasteel gesloopt zou worden, maar de Staten van Utrecht waren hier op tegen. Op 2 mei 1577 besloten de Utrechters onder leiding van Trijn van Leemput om het kasteel zelf maar te
slopen.
Na die tijd
De protestanten verboden in 1580 de katholieken hun godsdienst uit te oefenen. Willem van Oranje, leider in de Nederlanden van de Opstand tegen Spanje, was het hiermee niet eens. Hij vond het belangrijk dat iedereen zelf mocht beslissen
welke godsdienst hij of zij wilde uitoefenen. De kerken werden omgebouwd tot protestantse kerken. De bezittingen van de rooms-katholieke kerk werden in beslag genomen. Sommige kloosters werden afgebroken. Op de vrijgekomen grond bouwde men huizen. En met
de stenen van de kloosters werd de stadsmuur gerepareerd.
Meer informatie?
De Beeldenstorm