Introductie Vrouwengeschiedenis, eind 19de en 20ste eeuw

In de tweede helft van de 19de eeuw ontstonden eerst in de Verenigde Staten en later ook in andere landen vrouwenbewegingen die opkwamen voor gelijke rechten voor vrouwen en mannen. Dit wordt de eerste feministische golf genoemd, die in Nederland duurde van 1880 tot 1920. Eén van de rechten waar vrouwenorganisaties aan het eind van de 19de en het begin van de 20ste eeuw voor streden was het kiesrecht. Maar ook het recht op arbeid en opleiding waren belangrijke aandachtspunten.

Op deze pagina:

Vrouwenarbeid en de eerste feministische golf
Rond 1870 waren er vergeleken met andere landen in Nederland weinig vrouwen die buitenshuis werkten. Wel deden veel vrouwen werk binnenshuis. Wat voor werk dit was, hing af van de stand waartoe een vrouw behoorde. Vrouwen uit de lagere klassen deden huishoudelijke arbeid en landarbeid of werkten als dienstbode, wasvrouw of waren naaister in de huisindustrie. Meer gegoede dames hielden zich voornamelijk bezig met naaldkunstwerk, schrijfwerk en liefdadigheid.
Aan het eind van de 19de eeuw gingen steeds meer ongehuwde vrouwen uit de lagere klassen in fabrieken werken. Dit was in de ogen van velen voor gehuwde vrouwen echter ongepast en een schande. Maar veel vrouwen konden niet anders. Zonder dit extra inkomen kon het gezin niet rondkomen. Terwijl het voor vrouwen uit de lagere klassen noodzaak was om te werken, kwamen op den duur ook meer welgestelde vrouwen op voor het recht op werk. In 1898 organiseerden zij de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid. In dat jaar had Koningin Wilhelmina als eerste vrouw de Nederlandse troon bestegen. Als zij als vrouw geschikt was om staatshoofd te zijn, dan konden toch zeker ook andere belangrijke functies door vrouwen worden uitgeoefend!
Een belangrijke voorvechtster van de emancipatie van vrouwen was Aletta Jacobs. Zij ging in 1871 als eerste Nederlandse vrouw studeren aan de universiteit en studeerde in 1878 af als arts. Ze was ook presidente van de Nederlandse Vereniging voor Vrouwenkiesrecht. Tijdens de eerste feministische golf werden verschillende verenigingen opgericht die als doel hadden de positie van vrouwen te verbeteren.

Algemeene Nederlandsche Vrouwen Vereeniging “Arbeid Adelt”
In 1871 richtte Betsy Perk (1833-1906), schrijfster van romans en toneelstukken, de Algemeene Nederlandsche Vrouwen Vereeniging “Arbeid Adelt” op. Ze wilde vrouwen uit de midden en hogere klassen economisch zelfstandig maken door hen de gelegenheid te geven met borduur- en naaiwerk wat geld te verdienen of aan een goede opleiding te helpen. Koningin Sophie (1818-1877), de eerste echtgenote van Koning Willem III, werd beschermvrouwe van de vereniging.

Nederlandsche Vereeniging ter Behartiging van de belangen der jonge meisjes
In 1882 werd de Nederlandse afdeling van de “Union Internationale des Amies de la Jeune Fille” opgericht. De Vereeniging ter Behartiging van de Belangen der Jonge Meisjes was in Utrecht gevestigd. De leden, voornamelijk vrouwen, probeerden met verschillende middelen jonge meisjes te ondersteunen en op het goede pad te houden. In 1890 werd bijvoorbeeld een Tehuis voor Vrouwen opgericht, dat lange tijd gevestigd was in de Herenstraat in Utrecht. Ook ontfermde men zich op stations over alleenreizende jonge meisjes. De vereniging onderging in de loop van de 20ste eeuw diverse veranderingen en werd in 1971 opgeheven. Men bleef zich wel inzetten voor de huisvesting van jongeren.

Vereeniging de Utrechtsche Huishoudschool
In 1895 richtten particulieren de Vereeniging de Utrechtsche Huishoudschool op. In enkele andere plaatsen bestonden al huishoudscholen. Er werden cursussen gegeven voor verschillende groepen vrouwen. In 1902 kwamen daar ook de fabrieksmeisjes bij. De naam werd toen veranderd in Utrechtsche Industrie- en Huishoudschool, de scholen heetten Puntenburg en Zuilenburg. Behalve dat men vrouwen kennis wilde bijbrengen, wilde de burgerij ook vrouwen uit het volk beschaven. De huishoudschool diende als voorbereiding op de toekomstige taak van de vrouw in het gezin of als dienstbode. In de loop der tijd ging men anders denken over de rol van de vrouw. Hierdoor veranderde ook het cursusaanbod.


Utrechtsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging (UVSV)
In 1887 studeerde Catharina van Tussenbroek (1852-1925) als eerste vrouw af aan de Utrechtse universiteit. Toen het eerste schaap over de dam was, volgden er meer. In 1899 besloten dertien studentes de gezelligheidsvereniging Ontspanning Na Studie (ONS) op te richten. Vijf jaar later werd die naam gewijzigd in Utrechtsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging (UVSV). De UVSV bestaat nog steeds als enige Utrechtse studentenvereniging waarvan alleen vrouwen lid kunnen worden en is gevestigd aan de Drift.


Vereeniging van Vrouwen met een Academische Opleiding (VVAO)
De Vereniging van Vrouwen met een Academische Opleiding werd in 1918 opgericht. Het was intussen veertig jaar geleden dat de eerste Nederlandse vrouw, Aletta Jacobs, was afgestudeerd. Het aantal vrouwelijke studenten aan de universiteiten was toegenomen. Het recht op een goede opleiding voor vrouwen leek beslecht. Een volgende stap was om met die opleiding een goede baan te vinden. Daarom werd de VVAO opgericht. Beroemde vrouwen als Prinses Juliana en Marie Anne Tellegen zijn (ere- en bestuurs-) lid geweest van de VVAO. De vereniging bestaat nog steeds.


Tweede feministische golf
In 1919 werd een belangrijke mijlpaal bereikt in de vrouwenemancipatie: het algemeen kiesrecht werd ingevoerd. Dit vormde de afsluiting van de eerste feministische golf. Halverwege de jaren ’60 ontstond er onder vrouwen opnieuw onvrede over hun positie. Ze kwamen in opstand tegen de traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Joke Smit schreef 'Het onbehagen van de vrouw' (1967), dat het begin zou worden van de tweede feministische golf, die duurde tot ongeveer 1985. Opnieuw streden vrouwengroeperingen voor meer kansen op de arbeidsmarkt en voor nieuwe ideeën over huwelijk en gezin. Een radicale variant was ‘Dolle Mina’, met als leus ‘Baas in eigen buik’. Volgens sommigen is de vrouwenemancipatie met de tweede feministische golf voltooid. Anderen zijn echter van mening dat er nog een derde feministische golf nodig of zelfs al aan de gang is, die de laatste drempels op het gebied van gelijke behandeling van vrouwen en mannen moet slechten.

Werkstukken

Vrouwenverenigingen