Vrijbuiter in Utrecht

Jeannot Bürgi (1939-2011) had een bewogen leven. Naar eigen zeggen: "Ik ben altijd een vrijbuiter geweest en dat zal ik ook wel blijven." Bürgi, te vondeling gelegd in Zürich en na zes jaar in een weeshuis geadopteerd, studeerde aan de Kunstgewerbeschule Luzern. In 1962 reisde hij vanuit Zwitserland naar de Verenigde Staten. Op doorreis kwam hij in Utrecht en daar bleef hij hangen aan twee liefdes: een vrouw en het beeldhouwen. Nog in datzelfde jaar maakte Bürgi zijn eerste lantaarnconsoles. Al snel vroeg de gemeente Utrecht hem om mee te werken aan een groot project om de werfkelders aan de Oude- en Nieuwegracht te restaureren, waarmee ze een openbaar karakter kregen. Bürgi was uitverkoren om een groot deel van de consoles te ontwerpen die je nog steeds onderaan de lantaarns aan deze grachten vindt. In de collectie van Het Utrechts Archief vind je prachtige voorstudies en foto's van deze consoles. 

 

De console "Groot Blankenburgh"

Twee mannen die voor hun huizen ruzie maken. De console is geplaatst ter hoogte van het pand Oudegracht 121. 

Bekijk meer foto’s van de consoles

Bürgi hakte het liefst direct in de steen op basis van zijn ontwerpschetsen. Zijn eerste werken zijn figuratief met ronde vormen. Later ontwikkelde zijn stijl zich naar het cartooneske, met abstracte en scherpe vormen.

Stadsbeeldhouwer

In Utrecht groeide Bürgi uit tot een bekende naam, een bijzonder succesvol beeldhouwer met leerlingen en een grote omzet. Hij verwierf al snel de onoffiële titel van stadsbeeldhouwer. Maar zijn succes begon hem tegen te staan. In een artikel in de Nieuwe Leidsche Courant uit 1976  vertelt hij hoe al dat materiële bezit hem benauwde. Hij koos voor een nieuw leven en vertrok uit Utrecht zonder geld of bezit, maar met een enorme erfenis in de binnenstad van Utrecht.  

Jeannot Bürgi aan het werk

Jeannot Bürgi tijdens het werken aan de lantaarnconsole "Drakenburgh".

Dit verhaal kwam tot stand in het kader van International Archives Day 2017 met als thema 'Archives, Citizenship and Interculturalism'.