In de zeventiende en achttiende eeuw was de trekschuit het beste vervoermiddel. De wegen waren slecht onderhouden modderpaden. Dat veranderde in de Franse tijd. Napoleon liet in 1812 de Amsterdamsestraatweg aanleggen als onderdeel van ‘route impériale nr. 2’, van Amsterdam naar Parijs. Het werd een kaarsrechte weg, waarvoor de Franse overheid zonder pardon grond onteigende. De weg was verhard en aan beide zijden beplant met bomen. Bij Utrecht doorkruiste de Amsterdamsestraatweg de oude weg naar het noordwesten, de Daalsedijk. Op deze tekening die N. Wicart rond 1800 maakte, is de stad te zien vanaf de Daalsedijk. In dit lege gebied werd enkele jaren later de Amsterdamsestraatweg aangelegd.