Geïnspireerd door de beurzen in Londen (1915) en Lyon (1916), die waren opgericht omdat de Leipziger Messe voor de Engelse en Franse handel onbereikbaar was geworden, werd op 6 mei 1916 de Vereniging tot het houden van jaarbeurzen in Nederland
opgericht door respectievelijk de Maatschappij van Nijverheid, de Nederlandsche Vereeniging voor Tentoonstellingsbelangen en de afdeling Utrecht van de Vereeniging Nederlandsch Fabrikaat.
Op 26 februari 1917 werd de eerste voorjaarsbeurs in Utrecht geopend, acht dagen eerder dan die van Leipzig. De beurs werd gehouden in barakken op het Janskerkhof en het Vredenburg en in de gebouwen van de fruithal en de graanbeurs op het Vredenburg. De
jaarbeurs bleek een groot succes en voor herhaling vatbaar. In 1918 kwam een permanente organisatie van de grond, met een eigen secretariaat in een houten gebouw op het Vredenburg. Uitbreiding werd gezocht op diverse locaties, verdeeld over de stad. Al
snel dacht men, in navolging van de Leipziger Messe, aan een permanente behuizing voor de jaarbeurs. In 1921 werd het eerste vaste jaarbeursgebouw op het Vredenburg geopend. De jaarbeurs kampte van meet af aan met een chronisch ruimtetekort. In 1930 en
1932 verrezen tussen de Rijnkade en het Vredenburg nog twee aangrenzende gebouwen. De Jaarbeurs kende vooral na de Tweede Wereldoorlog een grote groei. De gebouwen aan het Vredenburg hadden te wenig capaciteit. Aan de kant van de Croeselaan werden in 1947
noodgebouwen ingericht. In de jaren ´50 van de twintigste eeuw werden deze vervangen door permanente gebouwen.
De nieuwbouw van grote hallen aan de Croeselaan voldeed aan de verwachtingen, de oude gebouwen werden meer en meer overbodig. In de jaren '70 van de twintigste eeuw werden de gebouwen op het Vredenburg gesloopt.