In 1960 voert Empeo, een dochtermaatschappij van het bouwbedrijf Bredero, een onderzoek uit naar parkeergarages in Utrecht. Empeo maakt op basis van dit onderzoek een plan voor een reconstructie van de stationswijk. In 1962 besluit de gemeenteraad dat
de oude stationswijk niet voldoet aan de eisen van het moderne verkeer. Empeo maakt samen met de gemeente een uitgewerkt plan voor een nieuw, verhoogd stationsplein met winkels en kantoren. Wethouder Harteveld van Openbare Werken legt de plannen voor het
nieuwe 'stadshart' op 11 en 12 oktober 1963 voor aan de gemeenteraad. De meerderheid van de gemeenteraad keurt de plannen goed en in 1964 wordt het contract tussen de gemeente en Empeo getekend. Pas in 1966 bereikt de gemeente Utrecht overeenstemming met
de Nederlandse Spoorwegen. De sloop en de nieuwbouw kunnen nu beginnen. De naam van het complex, Hoog Catharijne, is deels afgeleid van het verhoogde niveau en deels van de lokatie. Het winkelcentrum strekt zich uit over het terrein van het voormalige
Catharijneklooster en de oude voorstad Buiten-Catharijne. Voor de aanleg van Hoog Catharijne is veel gesloopt. De Van Seypesteijnkazerne is in het voorjaar van 1968 gesloopt, de oude jaarbeursgebouwen op het Vredenburg worden opgeblazen en zelfs het
kantoor van 'De Utrecht' valt onder de slopershamer. In het najaar van 1969 worden de eerste kantoren in gebruik genomen en al snel volgt de eerste parkeergarage van Utrecht. In 1970 is het Beatrixgebouw aan de Croeselaan klaar. Nu begint de sloop van de
stationswijk en de bouw van het feitelijke winkelcentrum.
Op 24 september 1973 opent prinses Beatrix Hoog Catharijne door de fontein op het Clarenburg-plein in werking te stellen. Hoog Catharijne is het oudste voorbeeld van een winkel- en kantoorcentrum in Nederland.