Eind 1528 kreeg keizer Karel de V de macht over Utrecht. Daarmee kwam een einde aan een jarenlange strijd tussen de Habsburg-gezinden en de aanhangers van de hertog van Gelre.
Om de vrede te kunnen verdedigen liet Karel de V de dwangburcht Vredenburg bouwen. De architect Rombout Keldermans II kreeg de opdracht uit te zien naar een geschikte locatie en werd daarna belast met de verwezelijking van de burcht. Hij koos het centraal
gelegen Catharijneveld. Een deel van het kloostercomplex van de Johanniters werd daarvoor afgebroken. Al na 132 dagen was de burcht verdedigbaar, maar pas in 1532 was de bouw voltooid.
Als op 8 november 1576 de Pacificatie van Gent gesloten wordt, waarin bepaald wordt dat alle Spaanse troepen uit de Nederlanden verdreven moeten worden, weigert de Spaanse commandant don Francesco Fernando d'Avila te vertrekken. Daarop begon de Utrechtse
Schutterij de belegering van de burcht. Mede door toedoen van de stadsbewoners, verlieten de Spanjaarden uiteindelijk op 11 februari 1577 het kasteel. Om te voorkomen dat het kasteel opnieuw bezet zou kunnen worden, begon men vrijwel onmiddellijk met
de afbraak van het kasteel. De Utrechtse burgervrouw Catharina van Leemput, zou hierbij het voortouw hebben genomen. In 1581 was de burcht voor het grootste deel gesloopt. Met het puin werd de slotgracht gedempt. Op de plaats van het kasteel ontstond een
plein, dat pas veel later de naam het Vredenburg kreeg.
Lees meer over de bestorming van de Vredenburg door Trijn van Leemput