Over de kleurendia's van Nico Jesse uit 1942

 

Beeldmateriaal nr. 115569

In de winter- en zomermaanden van 1942 maakte Nico Jesse (1911-1976) een bijzondere fotoreportage van de stad Utrecht tijdens de bezetting. De reportage bestaat uit 400 zwart-wit foto's en 136 kleurendia's. Daarmee vormt het samen met de meer dan 1000 kleurendia's die Alphons Hunstinx in de oorlogsjaren maakte (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) de grootste collectie kleurenopnames, waarin het dagelijks leven van een Nederlandse stad tijdens de bezetting wordt gedocumenteerd.

De reportage van Jesse kwam tot stand in opdracht van de Utrechtse gemeentearchivaris J.W.C. van Campen. Doel van de opdracht was het vastleggen van 'het stadsleven zoals zich dat aan het oog van tijdgenoten in de bezettingsjaren vertoonde' en was ingegeven uit zorg voor een 'mogelijk gedeeltelijke of geheele verwoesting van Utrecht'. Daarbij wilde Van Campen 'niet zo zeer monumenten en gebouwen (waarvan de Atlas wel reeds een afbeelding of foto bezat)' laten vastleggen als wel 'het stadsleven in den uitgebreidsten zin, zoals zich dat aan het oog van de tijdgenoten in de bezettingsjaren buitenshuis vertoonde'.

Met het bombardement op Rotterdam in mei 1940 nog vers in het geheugen moet Van Campen zich gerealiseerd hebben wat  een dergelijke verwoesting voor de stad Utrecht zou betekenen. Utrecht was een belangrijk spoorwegknooppunt, vestigingsplaats van verschillende metaalfabrieken en tevens een belangrijk Duits militair centrum. Het was niet ondenkbaar dat de stad een zelfde lot zou kunnen ondergaan door een aanval van het Duitse of geallieerde leger.

In de rekeningen van het Gemeentearchief is terug te vinden dat Jesse in totaal fl. 530,- heeft ontvangen voor zijn werk. Meer dan de helft van dat bedrag was afkomstig uit een subsidie van Provinciaal Utrechts Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen.

Het Utrechts Archief (HUA) beschikt in totaal over 485 foto's die tijdens de Tweede Wereldoorlog door Jesse gemaakt zijn. Daarbij gaat het naast de 136 kleurendia's om 400 zwart-wit opnames (contactafdrukken 6x9 cm in acht door Jesse zelf samengestelde kleine albums met ringband), waarvan 349 tevens als vergroting (18x24 cm) is afgedrukt. De kleurendia's van Jesse zijn in 2007 gedigitaliseerd en opnieuw beschreven. Net als de zwart-wit foto's zijn deze beelden toegankelijk via de beeldbank van Het Utrechts Archief. De auteursrechten van Jesse berusten overigens bij het Nationaal Fotomuseum in Rotterdam, die het volledige fotografisch oeuvre van Jesse, meer dan honderdduizend negatieven, beheert.

Dat Van Campen in 1942 aan Nico Jesse dacht voor de foto-opdracht is niet verwonderlijk. Ofschoon arts van beroep had Jesse immers een uitstekende naam als fotograaf. Al in 1941 had Van Campen zes foto's van hem aangekocht van de Utrechtse Geertekerk, die met sloop bedreigd werd. Jesse was een bekende figuur in het Utrechtse culturele wereldje van die jaren en had nog in 1941 een tentoonstelling in de Kunstzaal van Willem Wagenaar, die door zijn vriend Gerrit Rietveld werd geopend.

Jesse ging tijdens zijn verschillende rondgangen door de stad met de fiets op pad, zeker als het de buitenwijken betrof, en fotografeerde vooral wat ‘voor de lens kwam'. Hij gebruikte daarbij soms tegelijkertijd twee camera's, een Leica kleinbeeldcamera voor de, pas in 1936 op de markt gekomen kleurendia's en een middenformaat Rolleiflex voor de zwart-wit foto's. Sommige foto's zijn met een zoomobjectief gemaakt. Van enkele kleurendia's is een zwart-wit foto als tegenhanger aanwezig. Jesse maakte in die gevallen twee opnamen die vrijwel identiek zijn. Een groot voordeel hiervan is dat nu met enige zekerheid de juiste volgorde van de dia's, en daarmee ook de route die Jesse gevolgd heeft, gereconstrueerd kan worden. De 6x9 negatieven zijn namelijk genummerd en daarvan is in grote lijnen de chronologische volgorde bekend. Bovendien is bij de uitgeraamde dia's de nummering van de originele diafilm zichtbaar geworden. Hieruit is af te leiden dan Jesse zo'n zeven films gebruikte, twee in de winterperiode van 1942 en de overige in de zomer van 1942. Tot nu toe werd aangenomen dat de opnames dateerden uit de periode 1941-1944 maar F. Crone heeft in zijn boek Utrecht in 1942 aangetoond dat de opnames slechts betrekking hebben op het jaar 1942.

Jesse fotografeerde vooral straatgezichten en had in weerwil van wat Van Campen in eerste instantie voor ogen stond, met name oog voor de monumentale omgeving. Daarnaast fotografeerde hij wat er zich op straat afspeelde: de ijsverkoper, de orgelman, schaatspret, de glazenwasser en natuurlijk de bloemenmarkt op het Janskerkhof. Maar ook Duitse militairen komen voor zijn lens. Ofschoon Seyss-Inquart al in augustus 1940 liet afkondigen dat het fotograferen van Duitse inrichtingen of militairen verboden was, gaf dat in de eerste jaren van de bezetting meestal geen probleem  wanneer een soldaat zelf toestemming had gegeven. Bovendien stelden de Duitsers zich in deze periode soepel op om het Nederlandse volk voor de Duitse zaak te winnen. Een echt fotoverbod in de open lucht kwam er pas op 20 november 1944.

Wat ook erg opvalt is het vrijwel geheel ontbreken van auto's, afgezien van een verdwaalde auto of autobus met houtgasgenerator of die ene verhuisauto van de firma C.A. van der Lee die in de Emmalaan aan het verhuizen is.

Indringend zijn de beelden waarop de maatregelen tegen de joden zichtbaar worden. Zo prijkt boven de ingang van het Rosarium het bordje ‘voor Joden verboden', een al vanaf september 1941 ingevoerde maatregel, die de joden moest isoleren van de rest van de bevolking, als opmaat tot de systematische vervolging en vernietiging die zouden volgen.

De zwart-wit foto's hebben voor het grootste deel betrekking op de binnenstad, terwijl veelkleurendia's elders in de stad gemaakt zijn, bijvoorbeeld in Zuilen, Oog in Al, Wilhelminapark en langs de Vaartsche Rijn.

Jesse zou in de jaren 1950 internationaal doorbreken als fotograaf, vooral door zijn fotoboek Vrouwen van Parijs waarmee hij opviel door zijn onconventionele manier van fotograferen. In zijn foto's komt zijn belangstelling voor de mens altijd sterk tot uitdrukking, een benadering die ook in veel van zijn oorlogsfoto's in het begin van zijn carrière al te zien is.

Literatuur:

 

Thema

Kleurendia's 1942