Stad der beweging

De Duitse machtsovername verschafte nieuw elan aan de NSB. De partij had haar hoofdkwartier aan Maliebaan 35. Leider van de beweging Anton Mussert woonde om de hoek in de Prins Bernhardlaan die op last van de bezetter werd omgedoopt in Nassaulaan.

Na mei 1940 vertoonden NSB-ers zich weer in vol ornaat op straat om hun partijblad Volk en Vaderland uit te venten. Nadat in juli 1940 de Weerafdeling (WA) van de NSB heropgericht was, nam de onrust op straat toe. WA-ers hielden uitdagende demonstratieve marsen, richtten vernielingen aan bij politieke tegenstanders en lokten met provocerend gedrag rellen en vechtpartijen uit. In de woorden van een Utrechtse WA-man: 'Hoe vaak het Vreeburg schoon geveegd is, heb ik niet meer kunnen tellen, wel weet ik dat we gevochten hebben in de Elisabethstraat ter hoogte van Limburgia, verder op de hoek Bakkerstraat, dan bij Modern, in de Choorstraat, bij de bioscoop Flora, bij het Postkantoor van alle kanten, en de Viebrug. Het was werkelijk gezellig'. (Geciteerd naar Van Miert, Een gewone stad, 61)

Het uiterlijk vertoon van de NSB contrasteerde nogal met de omvang van de beweging. In geheel Nederland waren niet meer dan 60.000 tot 70.000 leden, minder dan één procent van de bevolking. En al was Utrecht door de NSB zelf uitgeroepen tot 'stad der beweging', het aantal stemmers op deze partij was in Utrecht maar weinig boven het landelijke gemiddelde bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1937.

Het merendeel van de Utrechtse burgers probeerde contacten met de NSB uit de weg te gaan. Foto's van parades en ceremonies tonen doorgaans een beperkt aantal toeschouwers, van wie de meesten zelf in NSB-uniform. De verwante organisatie Winterhulp, die zich bezighield met liefdadigheid, wist in Utrecht gemiddeld niet meer dan een kwartje per inwoner per jaar op te halen. Onder studenten was het lidmaatschap van het Studentenfront van de NSB zo gering, dat een triomfantelijke parade op het Domplein moest worden aangevuld met jeugdleden en WA-ers om nog enige omvang te bereiken.

Ondanks de betrekkelijk geringe aanhang, kreeg de NSB in de loop van de bezettingsjaren steeds meer macht, met name doordat NSB-leden sleutelposities kregen in het stadsbestuur en bij de politie. In augustus 1941 werden de gemeenteraden in Nederland door de bezetter buiten werking gesteld. In het voorjaar van 1942 werd burgemeester Ter Pelkwijk vervangen door de felle NSB-er C. van Ravenswaay, een goede bekende van Mussert. Met die benoeming begon een koerswijziging van het gemeentelijk apparaat. Ter Pelkwijk had bij de uitvoering van Duitse bevelen nog getracht een matigende invloed uit te oefenen. Zo protesteerde hij (tevergeefs) tegen het plaatsen van borden met 'Joden niet gewenscht' in openbare gelegenheden en bij de invalswegen van de stad. Daarentegen beschouwde zijn opvolger het als een erezaak om het stadsbestuur te vormen tot een model van de 'Nieuwe Orde'. De wethouders en enkele ambtenaren namen vrijwillig ontslag. Op de vrijgekomen posten werden NSB-ers geplaatst, die overijverig de Duitse bevelen en verordeningen opvolgden, intussen onder collega's propaganda makend voor de beweging. De sfeer in het gemeentelijk apparaat werd grimmiger.

 

Beeldmateriaal nr. 27566
Portret van A.A. Mussert, geboren 1894, hoofdingenieur van de provinciale waterstaat (1927-1934); leider van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB), overleden 1946

Thema

Inleiding