Jodenvervolging

De verharding van de bezetting trof allereerst de joodse inwoners van Utrecht. Al na enkele maanden begon een reeks van maatregelen waardoor deze bevolkingsgroep systematisch werd geïsoleerd en vernederd. In november 1940 kregen alle joodse ambtenaren ontslag aangezegd, en ook joodse docenten en hoogleraren werden uit hun functie gezet. Openlijk verzet bleef uit. Aan de universiteit hield de hoogleraar V.J. Koningsberger op 25 november 1940 een rede waarin hij zijn 'diepe smart en teleurstelling' uitte over het ontslag van zijn collega's, een maatregel die hij betitelde als 'een miskenning van het Nederlandsche volkskarakter' en een 'beleediging van de Nederlandsche Universiteiten, van de Nederlandsche Wetenschap en daarmee van het Nederlandsche Volk zelf'. (Geciteerd naar Van Walsum, Ook al voelt men zich gewond, 31) Desondanks riep hij de studenten op kalm te blijven en hun studie voort te zetten. Aan die oproep werd massaal gehoor gegeven. Grootschalig protest onder studenten ontstond pas in het voorjaar van 1943, toen zij gedwongen werden te verklaren dat zij niets tegen de bezetter zouden ondernemen - de zogeheten loyaliteitsverklaring.

Intussen gingen de maatregelen tegen joden onverkort door. Zonder noemenswaardige tegenwerking van ambtenaren vond begin 1941 aan de hand van het bevolkingsregister een nauwkeurige registratie plaats van het joodse volksdeel. Daarna volgde beperking van de bewegingsvrijheid en isolering van joden. Joodse bedrijven werden onder curatele gesteld, joden moesten hun radio's inleveren en zij mochten zich niet meer vertonen in openbare zwembaden, parken, dierentuinen en horecagelegenheden. In het voorjaar van 1942 verschenen bordjes met 'Verboden voor joden' in de stad: bij restaurants en bioscopen, in parken en aan de singels. Vanaf januari 1942 moesten alle persoonsbewijzen van joden worden voorzien van een J. In mei werd het dragen van een gele davidster verplicht gesteld. In juli werd in Utrecht begonnen met de deportatie van joden. Politieagenten haalden de mensen thuis op en brachten ze naar het Maliebaanstation. Vandaar werden zij eerst naar Amsterdam vervoerd, later naar Westerbork en uiteindelijk naar vernietigingskampen als Auschwitz en Sobibor.

Drie kleine weesjes met Davidster

Drie kleine weesjes met davidster op hun kleding, 1943
(Foto: © Nico Jesse/Nederlands Fotoarchief). Collectie beeldmateriaal, H.A. V 43.18

 

Thema

Inleiding