Bevrijding

De eerste tekenen van de lang verwachte bevrijding kwamen voor Utrecht op 2 mei 1945, toen geallieerde vliegtuigen zo'n 5000 voedselpakketten afwierpen boven de Lage Weide. Twee dagen later, op de avond van 4 mei, verspreidde zich het nieuws van de aanstaande capitulatie. Afgezien van een drietal Canadezen op motorfietsen, liet de verwachte intocht van de bevrijders op zich wachten. De Duitse autoriteiten bleven nog even heer en meester in de stad. Pas op 7 mei was het zo ver: Canadese en Britse troepen trokken vanuit De Bilt de stad binnen, toegejuicht door een bevolking die verzwakt, maar dol van vreugde was. Utrecht was een zee van oranje en van rood-wit-blauw. Burgemeester Ter Pelkwijk keerde terug naar het stadhuis en verwelkomde vanaf het bordes de commandant van de bevrijdingstroepen.

De geallieerden namen de door de Duitse instanties gevorderde panden over en NSB-ers en andere collaborateurs werden gearresteerd en geïnterneerd. Her en der in de stad werden 'moffenmeiden', vrouwen en meisjes die met Duitse militairen waren omgegaan, opgepakt en kaalgeschoren, een vermaak dat velen kon boeien. Al was de stad gespaard gebleven voor grote verwoestingen, ze droeg wel de sporen van oorlog en bezetting. Een deel van het wegdek was beschadigd door de rupsvoertuigen, terwijl de jacht naar brandstof in de Hongerwinter veel bomen in de stad had doen sneuvelen. Openbaar vervoer was nagenoeg afwezig; het gemeentelijk vervoerbedrijf beschikte in mei 1945 slechts over zeven rijklare autobussen, terwijl de gas- en elektriciteitsvoorziening stil lagen vanwege het tekort aan kolen. De elektriciteitscentrales startten op 22 mei met de levering aan vitale bedrijven, in juli was ook de gasvoorziening hersteld. Het zou echter tot de zomer van 1946 duren voordat dit met de telefoonverbindingen het geval was, terwijl pas in 1952 de laatste levensmiddelen van de bon gingen.

De aanwezigheid van Canadese militairen in de stad zorgde voor vertier, maar ook voor onrust. Burgemeester Ter Pelkwijk noteerde: 'De mannen [...] zochten ontspanning en vertier, trachtten met zwarte handel geld te verdienen [...]. Met jeeps en trucks werd wild gereden, er hadden vele ongelukken plaats'. De aantrekkingskracht die de bevrijders op vrouwen en meisjes hadden, baarde hem en vele anderen zorgen. Hij schreef: 'Er werd gedanst, geflirt, openlijk gevrijd. Dit laatste gaf aanstoot. [...] Maatregelen hiertegen, b.v. tegen het zich neervlijen langs de singels en op de grasvelden, waren moeilijk uitvoerbaar en stuitten op weerstand'. (Ter Pelkwijk, 'Eerste jaren na de bevrijding', 14) Het stadsbestuur organiseerde in samenwerking met de legerleiding dansavonden en andere festiviteiten om de ontmoetingen in goede banen te leiden.

De Utrechtse bevolking onderging de maanden na de bevrijding als een roes van vrijheid en nieuwe mogelijkheden. Het bioscoopbezoek was in de zomer van 1945 driemaal zo hoog als direct voor de oorlog. Deze feestelijke stemming stond in schril contrast tot de omstandigheden waaronder teruggekeerde joden, krijgsgevangenen, dwangarbeiders en de onderduikers de draad weer moesten oppakken. Het moeilijkst was dit wel voor de joodse Utrechters, van wie 1200 van de 1600 de oorlog niet hadden overleefd.

 

Beeldmateriaal nr. 123176

Afbeelding van een voedseldropping, boven Lage Weide te Utrecht, door geallieerde vliegtuigen tijdens de Tweede Wereldoorlog; geheel aan de onderkant, vermoedelijk, een gedeelte van de schoorstenen van de electrische centrale van de PEGUS (Provinciaal en Gemeentelijk Utrechts Stroomleveringsbedrijf, Keulsekade 189)

Thema

Inleiding