
Op woensdag 2 mei 1945 wordt bekend dat Hitler, de dictator van nazi-Duitsland, dood is. De Duitsers hangen de vlaggen in Utrecht halfstok. Op dezelfde dag gooien Amerikaanse bommenwerpers voedselpakketten af boven Lage Weide, ten westen van Utrecht.
Er komen ook vrachtwagens met voedsel de stad in gereden, maar nog steeds geen geallieerde soldaten. Deze onduidelijke situatie duurt nog een paar dagen. 's Avonds op 4 mei wordt op de illegale radio gezegd dat Noorwegen, Denemarken en Nederland zijn
bevrijd. Veel inwoners van Utrecht gaan de straat op, maar Duitse soldaten jagen hen terug naar binnen en er wordt geschoten. De commandant van de Duitse troepen in Nederland erkent de capitulatie niet. Op zaterdag 5 mei rijden drie geallieerde
motorrijders door de stad, maar zij vertrekken weer.
Op maandag 7 mei trekken dan eindelijk Canadese en Britse troepen vanuit De Bilt Utrecht binnen. In de straten van Utrecht is een juichende menigte verzameld. Burgemeester Ter Pelkwijk, die door de bezetters was afgezet en vervangen door een
NSB-burgemeester, keert terug naar het stadhuis. Hij ontvangt de commandant van de bevrijdingstroepen op het bordes.
Ondertussen zijn de leden van de Binnenlandse Strijdkrachten op pad gegaan om Duitse soldaten en NSB-ers te ontwapenen. In een vuurgevecht bij het Rosarium in Oudwijk komen tien verzetsstrijders om.
De panden die door de Duitsers zijn gevorderd, onder andere op de Maliebaan, worden nu door de geallieerden in gebruik genomen. 'Moffenmeiden' worden opgepakt en kaalgeschoren. Op zondag 13 mei is er in de Domkerk een dankdienst voor de militairen,
gevolgd door een parade op het Janskerkhof, begeleid door doedelzakken. Later in de middag speelt een Engels militair elftal een voetbalwedstrijd tegen een Utrechts elftal. De Britse en Canadese militairen zorgen voor veel vertier, maar ook voor onrust.
Dat komt vooral door hun aantrekkingskracht op de Utrechtse meisjes. Burgemeester Ter Pelkwijk vindt dat er een einde moet komen aan deze losbandigheid en pleit ook voor het opgeven van de oorlogsmentaliteit van verzet tegen de overheid.

Burgemeester Ter Pelkwijk schrijft over de geallieerde soldaten: 'De mannen zochten ontspanning en vertier, trachtten met zwarte handel geld te verdienen. Met jeeps en trucks werd wild gereden, er hadden vele ongelukken plaats. … Er werd gedanst, geflirt, openlijk gevrijd. Dit laatste gaf aanstoot. Maatregelen hiertegen, b.v. tegen het zich neervlijen langs de singels en op grasvelden, waren moeilijk uitvoerbaar en stuitten op weerstand.'
Literatuur
Ido de Jonge, Utrecht - mei 1945. Dagen van bevrijding. (Utrecht 2005).
Archief
Zie: I.E.C.M. Broos, Bronnenoverzicht voor de geschiedenis van de stad Utrecht in de Tweede Wereldoorlog. (Utrecht 1994), uitgave van de voormalige Gemeentelijke Archiefdienst Utrecht. De voorlopige inventarisnummers van de archiefstukken uit de
archieven van de gemeente Utrecht zijn in 2005 gewijzigd, zie hiervoor de betreffende inventaris.