
Sinds de capitulatie van Nederland op 10 mei 1940 gaan de colleges aan de Universiteit van Utrecht gewoon door. De hoogleraren proberen sluiting van de Universiteit te voorkomen. De studenten richten de Nederlandse Studenten Federatie op. De leden van
de Federatie verklaren trouw te willen blijven aan hun eigen volk en haar waardige tradities en waarde te hechten aan geestelijke vrijheid in het openbare leven. De Duitse bezettingstroepen verklaren dat niemand om reden van ras of politieke overtuiging
uitgesloten zal worden van de Universiteit. Maar al in 1940 worden Joodse hoogleraren geschorst. Bijna alle andere hoogleraren ondertekenen de Ariërverklaring.
In 1942 stellen de Duitsers een arbeidsdienst in voor aankomende studenten. Zij moeten voortaan eerst zes maanden in dienst voordat ze met hun studie kunnen beginnen. Op 2 december wordt aangekondigd dat nog voor het eind van het jaar 25.000 Nederlandse
mannen geronseld zullen worden onder de studenten aan de verschillende universiteiten in Nederland. Zij moeten gaan werken in de Duitse oorlogsindustrie. De Universiteit van Utrecht weigert om de namen van alle ingeschreven studenten in handen te geven
van de Duitse bezetters. Maar niet iedereen is ervan overtuigd dat daarmee het gevaar geweken is.. In de nacht van 11 op 12 december steekt een aantal studenten de studentenadministratie in brand. Er zijn zoveel persoonsgegevens vernietigd, dat het niet
meer mogelijk is om alleen studenten op te roepen voor de arbeiderstekorten in de oorlogsindustrie. De Duitsers besluiten mannen te ronselen uit het hele Nederlandse volk.
Literatuur
T. Spaans van der Bijl, Utrecht in verzet. ‘40-’45.(Utrecht 1995).
S. van Walsum, Ook al voelt men zich gewond. De Utrechtse Universiteit tijdens de Duitse bezetting 1940-1945.(Utrecht 1995).
H. W. van der Dunk en W.P. Heere, Tussen ivoren toren en grootbedrijf: de Utrechtse Universiteit, 1936-1986.(Maarssen 1986).