
Boerderij de Coehoorn aan de Verlengde Vleutenseweg in Utrecht wordt in 1646 voor het eerst genoemd. Maar de boerderij moet veel ouder zijn. In 1587 is al sprake van de ‘Coehornschendijk’, een oude naam voor de Huppeldijk. De Huppeldijk doorkruist het
westelijke gedeelte van de Lage Weide, de vroegere stadsweide van Utrecht. De Coehoorn ligt op de hoek van de Huppeldijk en de Vleutenseweg. In 1646 hoort maar vier morgen (ongeveer 3,4 hectare) land bij de boerderij. Dat is te weinig weiland voor een
boer om te leven van de veehouderij en het merendeel is dan ook in gebruik als boomgaard.
De meeste eigenaren van de Coehoorn zijn zelf geen boer. Evert van Sypestein, die aan het eind van de 17e eeuw eigenaar is, is chirurgijn van beroep. Het bezit van een boerderij is een veilige geldbelegging.
In de 18e eeuw is de Coehoorn eigendom van Willem van Wijckersloot. Hij is een succesvolle graankoopman en hij heeft veel geld belegd in land in de Lage Weide. Van Wijckersloot verpacht de Coehoorn met 18 morgen (ongeveer 15,3 hectare) wei- en hooiland
aan Willem van Schayck. De familie Van Wijckersloot laat de hoeve verbouwen tot een boerderij met een buitenhuis, een ‘Heere Huysinge’. Er is een ‘duyfhuis’, er zijn twee moestuinen en er is een ‘kerssentuin’. Boer Van Schayck krijgt waarschijnlijk
regelmatig bezoek van zijn pachtheer.
In 1852 wordt Antonie van de Horst boer op de Coehoorn. Op 28 juli 1916 legt zijn kleinzoon Antoon van de Horst de eerste steen voor de nieuwe boerderij. De nieuwe Coehoorn ziet er niet uit als een traditionele boerderij. Het voorhuis doet meer denken aan
een vrijstaande stadsvilla. De Coehoorn is inmiddels al jarenlang niet meer als boerderij in gebruik. De landweggetjes rond de boerderij zijn nu belangrijke verkeerswegen geworden en de boerderij is ingeklemd tussen de Vleutenseweg, de A-1 en de spoorlijn
Utrecht-Vleuten.
