
Het Rijksarchief in de provincie Utrecht beheert oorspronkelijk de archieven van het provinciaal bestuur en haar voorgangers, de Staten van Utrecht, en de opgeheven Utrechtse kapittels. Vanaf het begin van het archiefwezen in Utrecht, in 1803, zijn de
Utrechtse archieven op verschillende plaatsen ondergebracht. De archieven van de Staten van Utrecht zijn in het Provinciehuis te vinden, de archieven van het Domkapittel zijn bij de Dom en zo is alles verspreid door de stad. In 1829 neemt de minister van
binnenlandse zaken het besluit dat archieven voortaan openbaar zullen zijn. Iedere Nederlandse burger mag historisch onderzoek doen in de archieven van de overheid. Er zijn wel beperkingen. Een archivaris mag een onderzoeker inzage in archiefstukken
weigeren als hij vindt dat die archiefstukken ‘niet geschikt zijn om licht over de geschiedenis te verspreiden’. In Utrecht wordt nu de eerste Rijksarchivaris benoemd: de heer P.J. Vermeulen. De studiezaal van het Rijksarchief is maar beperkt geopend:
twee uur per week. Het merendeel van de archieven is nog niet geïnventariseerd en dat maakt het onderzoek lastig. In 1843 begint archivaris Vermeulen met het inventariseren van de kapittelarchieven.
In 1856 verhuist het Rijksarchief in de provincie Utrecht naar het voormalige kabinet van landbouwwerktuigen aan de Drift, nummer 27. Hier vinden alle archieven die onder het Rijksarchief vallen een plek. Na een verbouwing in 1880-1883 is er ook plaats
voor de archieven van de gemeente Utrecht. Rijksarchief en Gemeentearchief hebben elk een eigen studiezaal en een eigen organisatie.
In 1903 verandert de wet op openbaarheid van archieven. De rijksarchivarissen zijn nu verplicht om alle bezoekers alle archiefstukken van vóór 1813 ter inzage te geven. In de archiefwet van 1918 wordt dit voor alle archieven in Nederland vastgelegd.
Het Rijksarchief en het Gemeentearchief zijn tot 1969 gevestigd aan de Drift. In dat jaar verhuizen beide archieven naar het gebouw aan de Alexander Numankade.
Het archiefdepot aan de Drift is tegenwoordig onderdeel van de Letterenbibliotheek van de Universiteit Utrecht. De ijzeren depotstellingen uit 1883 zijn in gebruik als boekenplanken.

Literatuur
J.A.M.Y. Bos-Rops en M. Bruggeman, Archiefwijzer. Handleiding voor het gebruik van archieven in Nederland. Muiderberg, 1987.