De Utrechtse stadsmuren staan aan het begin van de 19e eeuw nog helemaal overeind. Als verdedigingswerken hebben ze weinig nut meer zodra in 1824 de Nieuwe Hollandse Waterlinie in gebruik is genomen. Er worden ook steeds meer huizen buiten de
stadsmuren gebouwd. Het gemeentebestuur besluit daarom om de stadsmuren af te breken en stelt in 1827 de Commissie tot Uitbreiding en Verfraaiing der Stad Utrecht in. Deze commissie moet plannen aandragen om de stad na de sloop van de wallen een mooi
aanzien te geven. De commissie stelt voor om een prijsvraag uit te schrijven voor een ontwerp met een prijs van 1200 gulden. Ondertussen heeft burgemeester Van Asch van Wijck contact opgenomen met architect Jan David Zocher jr. Hij ontwerpt een plan
waarmee de stad rondom een compleet nieuw aanzicht krijgt. In zijn visie wijken de wallen voor plantsoenen met kronkelende paden langs gazons, bomen, allerlei soorten heesters en veel bloemperken. Aan de noord- en de westkant van de stad tekent hij
stadsuitbreidingen met koopmanshuizen en handelsgebouwen. In oktober 1829 heeft Zocher zijn plan klaar. De prijsvraag wordt nooit uitgeschreven en het bedrag van 1200 gulden gaat direct naar Zocher.
De uitvoering van het plan begint in 1830 met de afbraak van de stadsmuur bij het Begijnebolwerk. Zocher werkt vanaf de Wittevrouwenpoort naar het zuiden. Bij de bolwerken duurt het wat langer, omdat die grotendeels in particulier bezit zijn en onteigend
moeten worden. Zocher werkt met goedkope arbeidskrachten, die worden aangeleverd door de armenzorg. Hij loopt vertraging op door het uitbreken van de Belgische Opstand in 1830 en door een cholera-epidemie. In de loop van de uitvoering past Zocher zijn
plannen ook wat aan. Zocher wil soms meer slopen dan zijn opdrachtgevers. Op andere plaatsen verlaagt hij de stadswallen weer niet genoeg naar de zin van de mensen die pal achter de wal wonen. In 1842 legt Zocher het plantsoen van de Tolsteegpoort tot de
Bartholomeïbrug aan. De Tolsteegpoort wordt gesloopt. Andere stadspoorten, zoals de Wittevrouwenpoort, blijven nog jarenlang eenzaam staan.
Naarmate het project vordert, worden bevolking en stadsbestuur steeds enthousiaster. De voorgestelde stadsuitbreidingen zijn nooit uitgevoerd, maar in de plantsoenen staan nog 250 bomen die door Zocher zijn geplant.

Literatuur
Ton Bals, Utrechts Singelboek: natuur, geschiedenis en bebouwing van de Utrechtse singels. Utrecht, 1988.
Tolien Wilmer, Historisch Groen. Tuinen en parken in de stad Utrecht. Utrecht, 1999.
Archief
Stadsarchief 4 G
Collectie beeldmateriaal T.A. Aj 3