
Als Cornelia Anna of Keetje van Westrenen en Willem Hendrik de Beaufort besluiten te trouwen, moet er snel heel veel geregeld worden. Natuurlijk hebben hun ouders al toestemming gegeven en ze kennen elkaar ook al heel erg lang.
Eerst spreken ze met de dominee. Hij moet het voorgenomen huwelijk op twee achtereenvolgende zondagen in de kerk afkondigen voordat ze kunnen trouwen.
Dan laten ze aankondigingsbrieven drukken. Op die brieven moet de aanhef nog worden ingevuld. Ieder van de familie of de vrienden heeft wel een andere aanspreektitel. De brieven zijn gedateerd op 23 september 1796 te Beverweerd. Beverweerd is het
buitenhuis van de familie Van Westrenen, maar op 23 september is de familie daar niet. Op die dag stappen Keetje en Willem Hendrik met hun ouders naar notaris Theodorus Koppens in Utrecht en laten daar huwelijkse voorwaarden opmaken. Zij trouwen niet in
gemeenschap van goederen maar als één van hen overlijdt, hoeft de ander zo lang hij leeft geen erfdeel uit te keren aan eventuele kinderen.
De hartsvriendinnen van Keetje, Lotte en Antje, reageren heel enthousiast op haar trouwplannen. Ze krijgt elke dag brieven van hen. Natuurlijk willen Lotte en Antje ook graag bij het huwelijk zijn, maar de tante van Lotte gooit roet in het eten.
Ook familie die niet in de omgeving van Utrecht woont, stuurt brieven om het bruidspaar te feliciteren.
Op 9 oktober trouwen Keetje en Willem Hendrik. Dan is er nog één ding niet helemaal geregeld: Keetjes bruidschat. Natuurlijk is er wel over gesproken, maar er staat nog niets op papier. Op 23 december 1796 komen de ouders van Keetje en het jonge paar
bijeen om dit te regelen. Keetje krijgt een pakket obligaties van 250 gulden, 18 stuivers en 10 penningen. Daarnaast krijgt ze een kapitaal van 2000 Engelse ponden. Om meubels aan te kopen krijgt ze 1500 gulden contant geld

Archief van de familie Beaufort, inv.nr. 438, brief van Lotte (Charlotte van Westerholt) en Antje (Anna Digna Verheye van Citters) aan Cornelia in haar bruidsdagen, 1796.
Saturdagavond den 1 october
Lieve bruid,
Gij kend mij en weet wel dat ik niet met drayerije ophoude, dus zult gij uit mijne laaste kunne opmake, dat mijne vaste verwagting was bij u te komen – dog ik kan en mag niet, mijn pligt en het geweten verbied het mij. Tante was in zulk een violente
inquietude, vermeerdert door haar zwakheid, dat zij niet kan resolveren mij te zien vertrekke; en zo tegen wil en dank te vertrekke dat kan ik niet, het zou mij te veel stoffe van berouw kunne geven. Nu deese regels geschreve zijn is mijn hart rustiger,
en het zal het nog te meer zijn indien ik uit eenige regels van uwe hand verneme mag dat gij ‘t mij niet ten kwade duid. Ik zal (en doe dit reeds) dikwijls aan u denke. Maak mijne hartelijke complimente aan uwe ouders en bedank hun hartlijk voor hunne
vriendlijke intentie ten mijne opzigte. Zoen Diene en Belle en geloof dat ik onveranderlijk blijve uwe vriendin C. W.
Ant verzoekt haar beste groet en zal u nog wel nader schrijve dan hoop ik er ook nog wat bij te doen. Lotte v.W.
Ik heb toch gebedeld om eenige woordjes – want dit was al te naar – maar veel durv ik niet – men mogt denken (dat) ik veel overpraatte – wees toch geen zweemtje geen aasje boos op onze lieve dierbare vriendin – gij kent hare waarde nog onmogelijk – zo gij
haar liev hebt, moet aan haar reis niets meer gedaan worden – ik vergeet niet ligt dezen dag – als ik u alles vertel zult gij onze L nog duizendmaal liever krijgen – zij is nu calm en dankbaar – morgen hopen wij zamen sterkte te zoeken en te vinden in het
nagtmaal – en daar alle onrust vergeten aan de kruispaal van onzen godel. zaligmaker – onzen besten vriend o hoe gelukkig maakt ons de godsdienst – ik durv niet langer. dag beste lieve, eerlang nader – donderdag koom ik nu evenwel weer thuis – dag schatje
– gij sult nu uwe vriendinnen niet bij u hebben in die dagen maar uwen hemelschen vriend uwen Leidsman – is dit niet alles?