
In 1795 trekken de Fransen over de bevroren rivieren de Nederlanden binnen. Op 16 januari 1795 capituleren stad en gewest Utrecht voor het Franse leger. Generaal Pichegru trekt de volgende dag de stad Utrecht binnen. De Patriotten, die zich sinds 1787
gedeisd houden, verwachten nu grote veranderingen in het stadsbestuur. Maar Pichegru is door de revolutie in Frankrijk sterk gekant tegen deze radicale revolutionairen. Hij laat Jan van Lidt de Jeude, één van de aanvoerders, opsluiten wegens openbare
dronkenschap. In het rijke Nederland heft hij liever hoge belastingen dan dat hij guillotines laat plaatsen.
In februari 1795 bestormt een groep radicale revolutionairen de Domkerk om aristocratische symbolen zoals graftombes en wapenborden te vernielen. Eén van de zwaarst getroffen tombes is het grafmonument van de gravin van Solms. Op de tekening die Cornelis
van Hardenberg in 1800 van de verwoeste tombe heeft gemaakt, is genoteerd dat ‘L de Jeude cum suis’ (cum suis betekent ‘met de zijnen’) het graf heeft geplunderd. Daarmee moet Jan van Lidt de Jeude zijn bedoeld.
Anna Elisabeth, gravin van Solms, geboren gravin van Daun Falkensteyn Broich, huwde in 1636 op 20-jarige leeftijd met Johan Albrecht van Solms-Braunfels, de laatste militaire gouverneur van Utrecht. Het echtpaar woonde in de Bisschopshof, het vroegere
paleis van de Utrechtse bisschoppen. Johan Albrecht stierf in 1648 als gouverneur van Maastricht. Anna Elisabeth kreeg toestemming van de Staten van Utrecht om met haar twee kinderen in de Bisschopshof te blijven wonen. Zij stierf in 1706, op 90-jarige
leeftijd. Haar graftombe werd opgericht in de Soudenbalchkapel. Na de verwoesting in 1795 werd de tombe gerestaureerd, op de familiewapens na. Na sloop van de Soudenbalchkapel in 1836 verhuisde het grafmonument naar de Heilige Kruiskapel. Tegenwoordig
staat het in de kapel Van Veen.
Literatuur
Anoniem. Anna Elisabeth van Solms. Uitgave Dom.