
Het Utrechtse kapittel van Sint Marie bezit al eeuwenlang grond en een hofstede op Strijland. Strijland ligt ten westen van de stad Utrecht en valt in de 18e eeuw onder het Utrechtse buitengerecht van het Lijnpad. De hofstede grenst aan de
ridderhofstad Voorn en om de hofstede te bereiken, moet de boer vanaf de Leidsche Rijn over de grond van de ridderhofstad. De heren en vrouwen van Voorn maken daar regelmatig problemen over. In 1717 sluiten het kapittel en de erfgenamen van de heer van
Voorn een overeenkomst met Geertruijt van der Nijpoort, de eigenares van de hofstede naast Strijland. De boer van Strijland mag nu gebruik maken van het oude voetpad over het bouwland van de buurvrouw. Dit recht van overweg geldt voor mensen, wagens,
ploegen en eggen, zowel met als zonder paard. Er mogen geen varkens of schapen over de weg gedreven worden. Op kosten van de ridderhofstad Voorn moeten twee hekken gemaakt worden om het voetpad af te sluiten. Ze moeten worden voorzien van een voetstap,
zodat voetgangers het hek niet hoeven te openen maar er overheen kunnen klimmen.
In 1738 besluit het kapittel om de boerderij te verkopen aan de heer van Voorn. De boer, Cornelis Backer, laat een taxatie maken van de opstallen. Het gaat om een ‘huizinge en boerewoninge met het agterhuijs’, drie hooibergen, een schaapsschuur, een
wagenschuur, een bakhuis en een drafkuil (mesthoop) en alles bij elkaar is dat 1375 gulden waard. De fruitbomen worden apart getaxeerd. Er zijn op dat moment twee boomgaarden: een ‘oude’ en een ‘jonge’. In totaal staan daarin 153 appelbomen, die per stuk
10 stuivers waard zijn, 16 perenbomen die per stuk 15 stuivers waard zijn, 3 kersenbomen die per stuk 4 stuivers waard zijn en 16 notenbomen die per stuk 15 stuivers waard zijn. Jan Sadelijn, die niet alleen heer van Voorn maar ook kanunnik van het
kapittel van Oudmunster is, betaalt hiervoor 1400 gulden in obligaties. Hij eist wel het recht om een brede sloot te mogen graven tussen zijn bezit en de boomgaard van de hofstede De Wiel die nog eigendom van het kapittel van Sint Marie is.
De hofstede Strijland is in de 20ste eeuw in gebruik genomen als dienstgebouw bij het sportpark Strijland.

J.A. van der Hoeve, Inventarisatie van boerderijen en hovenierswoningen in de gemeente Utrecht, 1989.
Archief