
In 1732 is de oude korenmolen van IJsselstein bouwvallig. De molen is in bezit van de kasteelheer van IJsselstein. Dat is in 1732 prins Willem Carel Hendrik Friso van Oranje. Hij geeft opdracht om een nieuwe molen te bouwen van steen. Op 11 maart 1732 krijgt Cornelis Vergeer de opdracht om voor 1790 gulden een nieuwe molen te bouwen. De heer van IJsselstein verpacht de molen. Het is vanouds een ‘dwangmolen’, want de heer van IJsselstein kan de inwoners van het stadje dwingen om hun koren in zijn molen te malen. Voor dat malen moeten ze natuurlijk wel betalen. In 1812 wordt de molen verkocht. De molenaar krijgt in 1881 toestemming om een stoommachine in de molen te zetten. Nu is hij niet meer afhankelijk van de wind. In 1918 worden de kap, de wieken, de stelling en het binnenwerk van de molen gesloopt. De molen dient daarna als woonhuis en nog later als opslagruimte voor brandstoffen. In 1987 begint de restauratie. Tegenwoordig is ook weer bekend dat de molen een naam heeft: ‘De Windotter’.
LiteratuurG.H. Keunen, '"Den moolenaar zal de gemeynte goed meel malen." Restauratie van ’s Heren Korenmolen te IJsselstein.' in: Tijdschrift Historische Kring IJsselstein44 (1988).
B. Giesen-Geurts, R. Mimpen en A. Vernooij, IJsselstein, geschiedenis en architectuur.(Zeist 1989)