1716: De dames Vroesen kopen een stadsboerderij in Oudewater

Uiterst links de boerderij die de dames Vroesen in 1716 aankopen. Daarnaast het herenhuis dat zij in 1721 laten bouwen.

Johanna en Hillegonda Vroesen stammen uit de Rotterdamse regentenfamilie Vroesen. Hun grootmoeder is een dochter van de Oudewaterse wiskundige Willebrord Snellius van Rooyen. In 1703 verhuizen ze met hun moeder naar Oudewater. Ze wonen in een huis aan de Korte Donkere Gaard. Johanna en Hillegonda hebben van hun grootvader 20 morgen (17 hectare) land geërfd aan de singel, buiten de Biezenpoort aan de noordzijde van Lange Linschoten. In 1716 kopen de dames een pachtboerderij met een wagenhuis, twee hooibergen en een ruim erf aan de Kromme Haven. Er hoort geen grond bij, maar dat hebben ze zelf al. De dames hebben zich grondig verdiept in het boerenleven. De pachtboer mag zijn koeien ’s winters alleen in hun boerderij stallen, zodat er niets van de mest verloren gaat. In het jaar voordat de pacht afloopt, mag hij de kostbare mest zelfs niet meer vervoeren. Hij mag maar twee paarden weiden. Hij moet in april en augustus de stekels, biezen en ander onkruid van het land verwijderen. Hij moet de sloten op tijd uitbaggeren. De verbouw van haver op hun land moet worden gestopt: van één haverakker moet de boer een extra hennepakker maken, de overige moeten weer weiland worden. Voor de pacht van het land en de boerderij betaalt de pachtboer per jaar 278 gulden.
In 1720 kopen de dames de naastgelegen boerderij aan de Kromme Haven. Ze laten dit pand verbouwen tot een herenhuis, maar wel met één bijzonderheid. Hun pachtboerderij heeft geen kelder en dus laten ze onder hun eigen huis een kelder bouwen voor hun pachtboer. In 1721 verkopen ze hun huis aan de Donkere Gaard en betrekken ze hun nieuwe huis aan de Kromme Haven.
De dames Vroesen zijn niet snel tevreden met hun pachters. Er komen telkens andere boeren op hun boerderij: Gerrit Klaasz. Benschopper, Geerlof Dammensz. Bruyser, Jacobus van Donk, Teunis van Eyk. Ze zijn ook wel erg veeleisend en precies. Geerlof Bruyser moet bijvoorbeeld de was van de dames naar de bleek brengen. Hij moet ook voor de acht koeien zorgen die de dames inmiddels zelf in eigendom hebben. De koeien worden door de notaris bij name genoemd: Krijn, De Smit, Ossenkop, Klaaren, Polsbroek, Rooie Floor en dan nog twee koeien die beide Rijkelijkhuizen heten.
Na het overlijden van Hillegonda heeft Johanna alleen het heft in handen. Als ze te oud en te ziek wordt om zelf te controleren of de zaken wel goed gaan, machtigt ze een bevriende chirurgijn om een oogje in het zeil te houden. In 1752 sterft Johanna. Haar erfgenaam is een neef van moederszijde. Pas tien jaar na haar dood worden haar eigendommen verkocht. De boerderij aan de Kromme Haven is tot in de 20ste eeuw als boerderij in gebruik geweest.

Literatuur

N. Stoppelenburg, Als muren konden spreken … De geschiedenis van de panden van Rabobank Oudewater. Oudewater, 2003.

Archief
Notarieel archief Oudewater
Stadsgerecht Oudewater

Thema

Tijdbalk