1625: Jacob van Eyck beiaardier van de Dom

Interieur van de Domtoren te Utrecht: de speeltrommel van het carillon.

Jonker Jacob van Eyck is rond het jaar 1590 in Heusden geboren. Hij is vanaf zijn geboorte blind. Zijn ouders zijn beiden van adel en kunnen hem een goede opvoeding geven. Toch is er niets over zijn jeugd bekend. In 1619 is hij betrokken bij de verbetering van het carillon van Heusden. Hij blijkt dan een begaafde musicus te zijn: niet alleen kan hij een beiaard bespelen, hij speelt ook blokfluit en dwarsfluit en waarschijnlijk ook orgel. In 1623 reist hij voor het eerst naar Utrecht om advies te geven voor de verbetering van het carillon in de domtoren. In 1624 komt hij terug om aanwezig te zijn bij het plaatsen van een nieuwe klokkenstoel. Hij wil graag beiaardier van de Dom worden, maar eist wel een salaris van 400 gulden. Als hulpbehoevende blinde heeft hij meer geld nodig voor zijn dagelijks bestaan dan iemand die wel kan zien. Het stadsbestuur en het Domkapittel vinden het bedrag eigenlijk te hoog. Op 7 maart 1625 worden ze het eens over een salaris van 350 gulden per jaar. De nieuwe beiaardier begint direct met de uitbreiding van de beiaard in de Domtoren van twaalf naar achttien klokken.
In 1628 krijgt Van Eyck salarisverhoging, op voorwaarde dat hij twee leerling-beiaardiers gaat opleiden. Zijn leerlingen gaan oefenen op een speciaal oefenklavier met 30 kleine klokjes, dat bij Van Eyck thuis staat. Verder wordt hij opzichter van alle carillons en klokken in de oude parochiekerken van Utrecht. In 1632 krijgt hij een aanstelling als beiaardier van het carillon van de Janskerk. Dit hangt in één van de westtorens van de Janskerk. Van Eyck begint waarschijnlijk in deze tijd ’s avonds op het Janskerkhof fluit te spelen. Het Janskerkhof is ingericht als park en er komen ’s avonds veel wandelaars. Hij speelt eigen composities. 150 van deze composities zijn bewaard in de twee delen van ‘Der Fluyten Lust-hof’.
Jacob van Eyck gaat ook naar andere steden om te adviseren over de verbetering en vernieuwing van carillons. Zo bezoekt hij ’s-Gravenhage, ’s-Hertogenbosch, Zutphen, Deventer en Nijmegen. In Zutphen ontmoet hij de klokkengieters François en Pieter Hemony. Met hen gaat hij samenwerken aan de ontwikkeling van een nieuw type beiaard. Dankzij de inspanningen van Van Eyck krijgen de Jacobikerk en de Nicolaikerk een nieuwe Hemony-beiaard. Jacob van Eyck sterft in 1657 in Utrecht. Zeven jaar later krijgt ook de Domtoren een Hemony-beiaard.

Gezicht op het carillon in de gerestaureerde klokkenstoel van de Domtoren (Domplein) te Utrecht in 1906 (foto W.G. Baer)

Literatuur

Th. R. Wind. Jacob van Eyck (1589/90-1657), stadsbeiaardier, blokfluitist en componist. In: Utrechtse biografieën deel 5.(Utrecht, 1998).
Ruth van Baak Griffioen. Jacob van Eyck’s Der Fluyten Lust-hof (1644-c. 1655). (Utrecht, 1991).

Archief

Stadsarchief II, inv.nrs. 121-11 en 1125
Archief van het Domkapittel, inv.nrs. 545 en 546

Thema

Tijdbalk