
De kerk in Rhenen is gewijd aan de heilige Cunera. Cunera is één van de vriendinnen van Ursula, de Britse prinses die op de terugreis van haar bedevaart naar Rome bij Keulen door de Hunnen is vermoord. Cunera ontsnapt aan de Hunnen, maar wordt in Rhenen door de jaloerse echtgenote van de graaf van Rhenen gewurgd met een sjaal. Bij haar graf gebeuren wonderen. Van heinde en verre komen mensen om genezing te zoeken van keelziekten. Als herinnering aan hun bezoek kopen zij een pelgrimsinsigne.
Door al deze pelgrims krijgt de kerk van Rhenen genoeg geld om een mooie toren te bouwen. Op 11 mei 1492 begint de bouw en op 28 mei 1531 is de bouw voltooid. De bouwmeester van de toren is onbekend.
De Cuneratoren is ongeveer 80 meter hoog en bestaat uit drie delen of ‘geledingen’. Het onderste deel is vierkant en heeft diepe raamnissen. Het middelste deel is wat smaller en minder massief, nog steeds vierkant, maar het maakt door de pilasters een achthoekige indruk. Oorspronkelijk zijn aan dit deel van de toren de wijzerplaten het torenuurwerk vastgemaakt. Het bovenste deel is achthoekig en voorzien van open raamnissen. In de twintigste eeuw zijn de wijzerplaten van het uurwerk op dit deel aangebracht.
H.P. Deys, A.J. de Jong en W.H. Strous, 1492-1992. 500 jaar Cuneratoren te Rhenen.(Rhenen 1992)