26 januari 1461: Willem Arntsz' gasthuis voor 'dolle luden' opgericht

Willem Arntsz is een vooraanstaand Utrechts burger in de 15e eeuw. In zijn testament laat hij geld na aan de broeders van het St. Barbara- en het St. Bartholomeusgasthuis om een gasthuis voor geesteszieken op te richten. Dit gasthuis is bedoeld voor geesteszieken die geïsoleerd moeten worden.
In de stichtingsbrief staan het bestuur en de doelstelling van het gasthuis omschreven.
Het bestuur bestaat uit twee broeders van het St. Barbaragasthuis en twee broeders van het St. Bartholomeusgasthuis en nog twee eerbare leden van de St. Nicolaasparochie. Elk jaar moet het bestuur verantwoording afleggen aan het stadsbestuur. Het bestuur van het gasthuis beslist samen met de oversten van de stad wie als patiënt wordt opgenomen. Dat mogen alleen burgers van Utrecht zijn. Als er pest of dysenterie in de stad heerst, mogen er ook zieken in het gasthuis verblijven. Opname is niet gratis. Per patiënt kost dat 25 Rijnse guldens per jaar. Het is ook mogelijk dit bedrag af te kopen door alle bezittingen aan het gasthuis te schenken.
Het gasthuis is gevestigd aan het St. Nicolaaskerkhof. Er is een hoofdgebouw met zes dolhuisjes voor de patiënten. In elk dolhuisje staat een krib om te slapen, er ligt stro op de vloer en er is een poepdoos. De ramen zijn vergrendeld en soms is de patiënt geboeid.
Voor krankzinnigheid ziet men in de middeleeuwen drie oorzaken. Allereerst een bovennatuurlijke oorzaak, zoals bezetenheid door de duivel en hekserij. Er kan ook een lichamelijke oorzaak zijn, zoals een verkeerde balans van de lichaamssappen. Daarnaast kan er een geestelijke oorzaak zijn, zoals angst, verdriet of te hard werken.
De middeleeuwse artsen onderscheiden ook een aantal soorten van krankzinnigheid, zoals frenesis (met als kenmerken wartaal en hoge koorts), insania (met als kenmerken manie of melancholie), epilepsie (ook aangeduid als maanziekte) en hysterie. De verklaring voor hysterie is wel erg anders dan de moderne wetenschap. Volgens de middeleeuwse mens zwerft dan namelijk de baarmoeder in het lichaam rond op zoek naar een kind.
De middeleeuwse artsen kennen verschillende behandelwijzen voor krankzinnigheid. Duiveluitdrijving (exorcisme) wordt door de priester gedaan. De arts kan aderlaten of de patiënt laten purgeren (de darm leeg maken) of laten zweten. Hij kan ook onderdompeling, drankjes of zalfjes voorschrijven. Een heel bijzondere behandeling is keisnijden. Een chirurgijn maakt dan een snee in het hoofd en haalt daar een kei uit. Verder kan de arts rust, muziek of lichamelijke arbeid voorschrijven.
Het Willem Arntsz Huis bestaat nog steeds als een psychiatrisch ziekenhuis.

De Lange Nieuwstraat met de dolhuisjes in 1788.

Literatuur

Joost Dankers en Jos van der Linden, Van regenten en patiënten. De geschiedenis van de Willem Arntsz Stichting: Huis en Hoeve, Van der Hoevenkliniek en Dennendal.(Amsterdam 1996).
L.J. Hut et al., De Willem Arntsz Stichting 1461-1961.(Utrecht z.j. (1961))

Archief

Bewaarde Archieven II Dolhuis
Geneeskundig gesticht voor Krankzinnigen, na 1929 de Willem Arntsz Stichting, 1840-1954

Thema

Tijdbalk