1388: De Utrechtse Raad laat het Rode boek samenstellen

De omslag van het Rode boek.

In de Middeleeuwen zijn schout en schepenen van Utrecht niet alleen verantwoordelijk voor het stadsbestuur, maar ook voor de rechtspraak. Rond 1200 wordt het schepencollege uitgebreid met de raden. Zij zijn er om advies, ‘raad’, te geven, maar al snel krijgen zij ook bestuurlijke taken. Samen met de schepenen vormen de raden de ‘Raad’ van de stad. Alle raadsbesluiten en verordeningen of ‘keuren’ die voor de rechtspraak van belang zijn, staan genoteerd in het ‘Liber albus’, het witte boek. Dat boek is in 1340 officieel door de gilden goedgekeurd en er mag niets in worden gewijzigd. Nieuwe raadsbesluiten worden opgeschreven in het ‘Liber Hirsutus minor’, het kleine harige boek. Maar sommige van die raadsbesluiten zijn ook van belang voor de rechtspraak en dat is in het dagelijks gebruik erg omslachtig. In 1388 besluit de Raad daarom een nieuw rechtsboek samen te stellen. Dat wordt het ‘Rode boek’. Het is door één schrijver geschreven en hij heeft er twee jaar over gedaan. In het Rode boek staan bijna alle raadsbesluiten uit het Liber albus, maar ook alle raadsbesluiten uit het Liber Hirsutus minor die voor de rechtspraak van belang zijn. Het boek is bedoeld voor dagelijks gebruik, maar formeel is het Liber albus nog steeds het officiële wetboek.
Na verloop van tijd is de Raad vergeten hoe het Rode boek tot stand is gekomen. Het Liber albus wordt niet meer gebruikt bij de rechtspraak en de stadssecretaris schrijft veranderingen in de tekst van de keuren direct in het Rode boek. Ook bij plechtigheden gebruikt de Raad het Rode boek. In 1498, 1502 en 1528 moet de schout bij zijn installatie de eed afleggen op het Rode boek. Van tevoren zijn hem uit het boek de voorschriften van het schoutsambt voorgelezen.
Het Rode boek dankt zijn naam aan de kleur van de omslag. Het boek is in de originele roodleren band bewaard gebleven. De tekst is geschreven op geschept papier. De hoofdletters aan het begin van elke keur zijn ingekleurd met waterverf.
Het boek was na bijna 600 jaar flink beschadigd en het is in 1984 door de restauratoren van de Gemeentelijke Archiefdienst gerestaureerd. Beschadigingen van de pagina’s zijn hersteld met Japans papier. De katernen zijn op de authentieke manier op leren banden aan elkaar genaaid. Op de houten platten van de omslag is een nieuwe roodleren band gezet en daarop zijn de resten van de oude leren band aangebracht. Ook het originele koperbeslag en het sluitwerk zijn op de band bevestigd.

Een pagina uit het Rode boek.

Literatuur

Dr. S. Muller Fz., De middeleeuwse rechtsbronnen der stad Utrecht, 1883-1885.
A.Graafhuis, ‘De restauratie van het “Roede Boeck” voltooid’, in: Tijdschrift Oud-Utrecht, 1984.

Archief

Stadsbestuur Utrecht
inventarisnummer 9

Thema

Tijdbalk