1382: Utrechtse Domtoren voltooid

De Domtoren rond 1600-1620. Tekening van D. van der Werff uit 1877 naar het schilderij van J.C. Droochsloot. Cat.nr. 30520

In 1254 is de eerste steen gelegd voor de nieuwbouw van de Utrechtse Domkerk. De Dom is bij de stadsbrand van 1253 zwaar beschadigd. In 1308 stort een deel van de westbouw van de oude, Romaanse Dom in. In 1321 begint op de plaats van de westbouw de bouw van een nieuwe domtoren.
De toren is niet alleen bedoeld als kerktoren, maar ook als vesting voor de Utrechtse bisschop. Het is een vrijstaande toren met een luchtbrug naar het bisschoppelijke paleis, schietgaten en latrines. De kelder van de toren is te gebruiken als gevangenis.
De domtoren is te verdelen in drie stukken. In het onderste deel bevindt zich de toegang, de kapel van de bisschop (de Michaëlskapel) en de torenwachterswoning (nu de Egmondkapel). In het tweede deel bevinden zich de luiklokken en aan de buitenzijden zijn de wijzerplaten van het torenuurwerk bevestigd. Deel drie is de open achtkantige bekroning van de toren. Hierin hangt het carillon.
Volgens de inscriptie op een gedenksteen in de toren is deze gebouwd door Jan van den Doem. Het is niet duidelijk of hiermee Jan van Henegouwen wordt bedoeld, die van ongeveer 1321 tot 1355 bouwmeester is geweest, of Johannes van den Doem, die na 1360 bouwmeester is geworden. Deze inscriptie is alleen in afschrift bewaard gebleven. In de twintigste eeuw is een geromantiseerd verhaal over een bouwmeester Jan van den Dom geschreven. De schrijver presenteert zijn verhaal als een oude legende en sinds die tijd denken veel mensen dat er werkelijk een oude legende over Jan van den Dom is overgeleverd.
De prediker Geert Grote van de Moderne Devotie levert veel kritiek op de bouw van de domtoren. In 1374 publiceert hij het tractaat ‘Contra Turrim Trajectensem’ (Tegen de Utrechtse toren). Hij vergelijkt de domtoren met de toren van Babel. Het geld dat nu aan de bouw van de toren wordt besteedt, kan beter gebruikt worden voor de armen en de zieken. Zo’n onnodig hoge toren leidt tot opschepperij, ijdelheid en hoogmoed. De woorden van Geert Grote maken geen indruk op de bouwers van de domtoren. In 1382 is de bouw voltooid. Tot aan de spits is de toren 106,75 meter hoog en met de windvaan erbij in totaal 112,50 meter. De Utrechtse Domtoren is de hoogste kerktoren van Nederland.
In veel andere plaatsen worden kerktorens gebouwd naar het voorbeeld van de domtoren van Utrecht. De O.L. Vrouwetoren in Amersfoort, de Martinitoren in Groningen en de toren van de St. Cunerakerk in Rhenen hebben allemaal dezelfde indeling als de domtoren.
De Utrechtse bisschop heeft de domtoren nooit als vesting gebruikt. Als er gevaar voor hem dreigde in de stad, vluchtte hij op tijd weg naar zijn kasteel in Wijk bij Duurstede.

Citaat

De tekst van de inscriptie volgens Van Buchel:

Jan van den Dom was synen naem
Die mijn aldus begost bequaem.

De tekst van de stichtingsstenen:
Doen men screef MCCCXX en een
Leyt men van mij den eerste steen
Daer na MCC en twe en tachtich
Was ic volmaect so men siet waerachtich

M C ter X bis semel I
Festo paulique Johanis
Tuuris adaptatur qua
Traiectu decoratur

Literatuur

A.F.E. Kipp, e.a., Domtoren 600 jaar. Utrecht, 1982
Drs. Bettina van Santen, De Utrechtse Domtoren. Utrecht, 1995.
T.H.M. van Schaik en C. de Boer-van Hoogevest, De gotische Dom van Utrecht. Utrecht, 2004

Thema

Tijdbalk