
Tegenwoordig heeft een bisschop alleen bevoegdheden binnen de kerk. In de middeleeuwen is dat nog anders. Het bisdom Utrecht, het ‘Sticht’, is een zelfstandig staatje en de bisschop is er de baas. Hij heeft wel hulp en raad van anderen nodig. Dat zijn
geestelijken, edelen en rijke burgers uit de stad Utrecht, uit Amersfoort, Wijk bij Duurstede, Rhenen en Montfoort. Zij vormen een raad en omdat er vertegenwoordigers van de drie standen in zitten, heet die raad de Standen. Na een tijdje willen de Standen
niet alleen raad geven maar ook meeregeren. Sommige bisschoppen komen van buiten het Sticht en geven dan baantjes of rechten aan familie en vrienden. De Standen willen graag dat de plichten van de bisschop en de rechten van de Standen schriftelijk worden
vastgelegd. Dat gebeurt op 17 mei 1375. Bisschop Arnold van Hoorne ondertekent op die dag de Stichtse Landbrief.
In de Landbrief belooft de bisschop dat hij belangrijke functies alleen zal geven aan mensen die in het Sticht geboren zijn. Hij zal geen oorlog voeren en geen belasting heffen zonder toestemming van de Standen van Utrecht. Elke nieuwe bisschop moet de
eed afleggen op de Landbrief.
Na 1400 worden de Standen de Staten van Utrecht genoemd. Er zijn meerdere exemplaren van de Stichtse Landbrief bewaard gebleven omdat het zo'n belangrijk document is. Het zijn grote charters met veel zegels van al die bisschoppen die na Arnold van Hoorne
de eed afleggen op de Landbrief.
Dr. A. van Hulzen, Zeshonderd jaar Staten van Utrecht.(Utrecht 1975).
D.Th. Enklaar,De Stichtse Landbrief van 1375.(1950).