
De abdij van Sint Servaas is in het begin van de 13e eeuw gesticht door heer Johannes, kanunnik en koster van het Sint Janskapittel in Utrecht. Het eerste klooster wordt gebouwd in Abstede, buiten de muren van de stad Utrecht. Al snel laat bisschop Wilbrand van Utrecht een nieuw klooster bouwen binnen de muren, tussen de Nieuwegracht en de stadswal. De nonnen leven volgens de kloosterregel van de heilige Benedictus. Zij beloven in armoede te leven, kuis te zijn en gehoorzaam te zijn aan hun oversten. In 1225 gaat het klooster over tot de Cisterciënzerorde. Deze kloosterorde is opgericht door Bernardus van Clairvaux en vereist nog meer devotie van de nonnen. Als uiterlijk teken van de overgang verwisselen de nonnen hun zwarte benedictijner habijten voor de grauwe cisterciënzer habijten van ongeverfde wol.
Wilbrand schenkt aan de Sint Servaasabdij de landerijen in de Galgenwaard aan de Kromme Rijn en tienden van de kerk van het dorpje Werkhoven. Het klooster bezit veel land in Abstede en verwerft ook landerijen in Houten, Maartensdijk en Maarn.
In 1251 geeft paus Innocentius IV een privilege aan het klooster. Iedereen die het klooster bezoekt op de feestdag van Sint Servaas, 13 mei, of gedurende de daaropvolgende acht dagen, krijgt een aflaat van 40 dagen. Een aflaat is een kwijtschelding van een kerkelijke straf die aan een zondaar is opgelegd, bijvoorbeeld door het inkorten van de tijd dat de gestrafte door bidden en vasten boete moet doen. In 1254 geeft paus Innocentius een tweede privilege aan het klooster, voor hen die het klooster op de kerkwijdingsdag bezoeken. Ook zij krijgen een aflaat van 40 dagen.
De Sint Servaasabdij is na de reformatie opgeheven. De laatste kloostergebouwen zijn kort voor 1840 gesloopt.

De tekst van het privilege, transcriptie in: Oorkondenboek van Utrecht, deel III, nr. 1236
Innocentius episcopus, servus servorum Dei, dilectis in Christo filiabus … abbatisse et conventui monasterii sancti Servacii in Traiecto, Cisterciensis ordinis, salutem et apostolicam benedictionem.
Carissimo in Christo filio nostro W(illelmo), rege Romanorum illustre, significante nobis, quod monasterium vestrum adeo est in facultatibus tenue, quod ex hiis sustentari commode non valetis, nos, volentes vobis caritativo fidelium subsidio subvenire et cupientes dictum monasterium venerabiliter visitari, omnibus vere penitentibus et confessis, qui in festivitate beati Servacii, ad cuius est honorem constructum, usque ad octo dies sequentes ipsius monasterium ipsum annuatim venerabiliter visitabunt, quadraginta dies de iniuncta sibi penitentia de omnipotensis Dei misericordia et beatorum Petri et Pauli apostolorum eius auctoritate confisi misericorditer singulis diebus relaxamus.
Datum Mediolani, VII Kalendas Augusti, pontificatus nostri anno nono.
J.J. van Moolenbroek, "Servatius en Johannes. Over de vroegste geschiedenis van het Utrechtse vrouwenklooster van St. Servaas". In: Jaarboek Oud-Utrecht1997.
ArchiefArchieven van de vijf adellijke vrouwenkloosters, toegang 2005, St. Servaasabdij te Utrecht 1251-1797.