
De Utrechtse polders blijven zakken en het waterpeil stijgt: het is iedereen duidelijk dat de wateroverlast niet meer op lokaal niveau kan worden opgelost. De bisschop van Utrecht en de graaf van Holland sluiten een verdrag over de afwatering. De graaf
laat zeven uitwaterende sluizen bouwen in de Wendeldijk aan de zuidkant van het Leidse meer. De Utrechters krijgen drie van die sluizen in onderhoud en mogen hun water daar lozen.
In Utrecht verandert hierdoor nogal wat. De Utrechtse belanghebbenden in deze afwatering verenigen zich in waterschappen. Het Groot-Waterschap van het land van Woerden is zo ontstaan. Het waterschap onderhoudt de Woerder Sluis bij Spaarndam en zorgt voor
het onderhoud van weteringen en rivieren om de waterstroom te verbeteren. Het riviertje de Lange Linschoten wordt uitgediept en verbreed. De Grecht en de Enkele en Dubbele Wiericke worden gegraven. De Meerndijk wordt aangelegd. De gerechten binnen het
waterschap worden opgemeten en alle maten worden genoteerd in een hoevenlijst.

Prof.dr. C. Dekker (ed.), Geschiedenis van de provincie Utrecht.(Utrecht 1997).
J. van Es en S. van Ginkel-Meester, Woerden. Geschiedenis en architectuur.(Utrecht 2000).
Het archief van het waterschap bevindt zich nu in het streekarchief Rijnstreek te Woerden.