1217: Kerk in het Gein

De chirograaf met de toestemming voor het bouwen van de kerk in Gein.

In de twaalfde eeuw is het kerkje van Eiteren erg belangrijk: van heinde en ver komen mensen hier naar de mis. Maar de parochie van Eiteren is wel erg uitgestrekt: sommige mensen moeten van ver komen. In 1217 geeft bisschop Otto I van Utrecht aan de parochianen van Eiteren en Vreeswijk toestemming om een kerk te bouwen bij het Gein, zodat Eiteren wordt opgedeeld. De bisschop wijst de grenzen van deze nieuwe parochie aan. Het gebied strekt van ‘Aldengeyne’ (Oudegein) tot aan ‘Judephas’ (Jutphaas) en ‘Repplikerwerth’ (de hofstede Rijpikerwaard). De parochie valt onder het bestuur van het Utrechtse kapittel van Sint Marie. De bisschop noemt ook ‘Vresewik’ (Vreeswijk). Jutphaas en Vreeswijk zijn in de twintigste eeuw samengevoegd tot Nieuwegein. Bij de kerk van het Gein wordt in 1423 het klooster Sint Maria in Nazareth gebouwd. Kerk en klooster zijn in de zeventiende eeuw vervallen. De hofstede Geinoord bevat delen van het klooster.
De bisschop laat zijn besluit voor de bouw van de kerk in het Gein optekenen op een charter. Een charter is een akte op perkament, voorzien van de zegels van alle (rechts-)personen die de overeenkomst aangaan. Het charter van dit besluit wordt bewaard in het archief van het kapittel van Sint Marie. Het is een heel bijzonder charter omdat het in tweevoud is opgemaakt op één stuk perkament. Op het lege stuk tussen de beide aktes is overdwars geschreven ‘CYROGRAPHUM’. Het perkament is op deze letters doorgesneden zodat er twee charters zijn ontstaan, de éne voor de nieuwe parochie van Gein en de andere voor het kapittel van Sint Marie. Op deze manier is het onmogelijk dat één van beide partijen zich beroept op een vals charter: de letters van een vervalsing kunnen nooit goed aan het andere charter passen. Zo’n dubbel charter wordt een ‘chyrograaf’ genoemd.
In dit geval zijn de charters altijd bij elkaar gebleven. Onder elk charter hangen de zegels van bisschop Otto I, van het kapittel van Sint Marie en van Walter en Theodoricus, de proost en de custos van het kapittel van Sint Salvator of Oud-Munster. De chyrograaf wordt bewaard in het archief van het kapittel van Sint Marie.

Literatuur

Dr. K. Heeringa (ed.), Oorkondenboek van Utrecht deel II, tot 1301('s-Gravenhage 1940).
W.B. Heins en C.A. van Kalveen, Het Gein: nieuwe gegevens uit de middeleeuwen, Cronyck de Geyn 18(1996) 63-76.

Archief

Archief van het kapittel van Sint Marie

Thema

Tijdbalk