21 december 1163: Stormvloed laat Utrechtse polders overstromen

Het besluit van keizer Frederik om de Zwammerdam te laten slopen heeft de tand des tijds niet ongeschonden doorstaan.

Op 21 december 1163 teistert een stormvloed de kust van Holland. Door de enorme kracht van de wind wordt het water in de Oude Rijn bij Katwijk teruggedreven in de rivier. Maar op de Oude Rijn lozen de polders van Holland en Utrecht hun water. Het veenwater kan niet meer afvloeien naar de zee en de ontginningen lopen één voor één onder water, eerst in Holland en dan ook in Utrecht. Het duurt lang voordat het water in de polders weer daalt. De Hollanders doen hun uiterste best om eerst hun eigen land droog te krijgen. Ze blokkeren het Utrechtse water door de aanleg van een dam in de Oude Rijn op de grens van Holland en Utrecht: de Zwammerdam. Zo worden de Utrechtse polders nooit droog! Bisschop Govert van Rhenen brengt de zaak in 1165 voor het keizerlijk gerecht. Graaf Floris III van Holland heeft zijn verdediging goed voorbereid. De bisschop heeft toch zelf ook een dam aangelegd bij Wijk om wateroverlast op zijn eigen gebied tegen te gaan? De graven van Gelre en Kleef, die overlast ondervinden van die bisschoppelijke dam, zijn aanwezig om Floris III te steunen. Maar keizer Frederik Barbarossa gaat niet voor de Hollandse graaf overstag. De Zwammerdam moet worden opgeruimd en de dam bij Wijk mag blijven liggen.

Literatuur

Prof.dr. C. Dekker, (ed.), Geschiedenis van de provincie Utrecht.(Utrecht 1997)

Archief

Archief van de bisschoppen

Thema

Tijdbalk