Koning Koenraad II van het Duitse Rijk bezoekt in het eerste jaar van zijn regering bisschop Adelbold van Utrecht. Zijn voorganger, keizer Hendrik II, had kort voor zijn dood aan de Utrechtse bisschop het graafschap Drenthe geschonken. Koning Koenraad
laat een nieuwe schenkingsacte schrijven. Daarmee bevestigt hij de schenking van keizer Hendrik II. Waarschijnlijk gaat het bij deze schenking om een deel van het graafschaf Drenthe. In 1040 schenkt Koenraads zoon, Hendrik III, de ‘villa’ Groningen in het
graafschap Drenthe aan bisschop Bernold. De koningen en keizers van het Duitse rijk zijn van mening dat een energieke bisschop uit de regio zo’n graafschap beter kan beheren dan zij. Zij trokken voortdurend door het hele rijk en waren druk met militaire
kwesties. De Duitse keizers hebben een grote inbreng bij de keuze van een nieuwe bisschop, zodat ze iemand kunnen uitzoeken die trouw aan hen is. Uiteindelijk zullen geheel Groningen en Drenthe onder het gezag van de bisschop van Utrecht komen. Dat duurt
tot aan de reformatie.
Een fragment van de schenkingsacte uit 1025 is bewaard gebleven in het archief van de bisschoppen van Utrecht. Het is het oudste stuk van Het Utrechts Archief.

C.A. van Kalveen, Bernold Bischop van Utrecht (1027-1054). Twee studies over de vorming van het Sticht Utrecht. Utrecht, 2002.
ArchiefArchief van de bisschoppen, toegang 218-1, inventarisnummer 82.