In 793 plunderen de Vikingen het klooster van Lindisfarne in Engeland. De Scandinavische zeelieden in hun drakenboten komen niet meer als kooplieden. Het is het begin van een enorme golf van terreur in Europa. Niemand is veilig en niets is heilig voor
de Vikingen. In Lage Landen begint het met sporadische aanvallen van kleine groepen Vikingen.
Vanaf 834 tot en met 837 plunderen Vikingen uit Denemarken ieder jaar het belangrijke handelscentrum Dorestad. De haven van Dorestad is aan het verzanden en de invallen van de Vikingen geven het stadje de doodssteek.
De stad Utrecht is de zetel van de bisschoppen in de Lage Landen. In 857 overvallen de Vikingen de bisschopsstad. Ze verwoesten de poorten en de muren en vermoorden de burgers en de geestelijken aan het hof van de bisschop.
Bisschop Hunger kan ternauwernood ontkomen aan de slachtpartij. Hij vlucht naar koning Lothar, de heerser over het Frankische middenrijk waar de Lage Landen in die tijd bijhoren. De Vikingen herstellen de stadsmuren van Utrecht en gebruiken het stadje als
uitvalsburcht voor hun rooftochten in de omgeving. Bisschop Hunger kan niet terug. Koning Lothar geeft hem een klooster in de buurt van Roermond.
De opvolgers van Hunger vestigen hun bisschopszetel in Deventer. Daardoor groeit Deventer uit tot een welvarende handelsstad. Pas in de tiende eeuw is Utrecht weer veilig voor de bisschoppen.
Dorestad wordt verlaten, maar een nederzetting in de omgeving groeit uit tot het stadje Wijk bij Duurstede.

W.A. van Es en W.A.M. Hessing ed.), Romeinen, Friezen en Franken in het hart van Nederland: van Trajectum tot Dorestad 50 v.C. - 900 n.C.(Utrecht 1994)
H.P.H. Jansen, Geschiedenis van de middeleeuwen.(Utrecht 1978).
R.R. Post, Kerkgeschiedenis van Nederland in de middeleeuwen.(Utrecht 1957).
J.W.C. van Campen, De bisschoppen Hunger, Odilbald en Radbold. In: Jaarboek Oud-Utrecht, 1960, pagina 25-46.