Hoe rijdt u de stad Utrecht binnen? Gaat uw hart sneller kloppen als u op weg naar huis in de verte de Domtoren ontwaart? Heeft u een favoriete route om de stad Utrecht te naderen?
Of mijmert u over verdwenen wegen of vergezichten van vroeger?
Bezoek nu ook onze tentoonstelling Poorten der Verbeelding.
Deel uw herinningen met ons!
Als wij vroeger terug kwamen van onze vakanties uit Duitsland en Oostenrijk, probeerde mijn vader mij altijd het laatste uur rustig te houden door te zeggen 'Goed kijken, want straks zien we de Dom'. Het laatste deel van onze reis gingen we, omdat mijn moeder een hekel aan de snelweg had, binnendoor. We kwamen daardoor aan de kant van De Bilt Utrecht binnen en konden al ruim van te voren De Dom in de verte zien. Als ik dan gilde 'Kijk pap ! Daar is de Dom dan !!!! Hoera, we zijn thuis' ontroerde mijn vader dat altijd zo, dat ik hem dan stiekum een traantje zag wegpinken .....
goeden dag ik ben op zoek naar een foto van de net gedemte singel terhoogte van nu het politie burau het betreft een foto waar twee jongens in de blubber staan met een waarschuwing erbij dat er gevaarlijke situaties ontstaan
mk nelemans, 19-3-2010 18:32Mijn ouders zijn afkomstig uit Amsterdam, zij kwamen in de jaren '30 in Utrecht wonen en betrokken korte tijd daarna een woning aan de Leidseweg 65 bis a tegenover Houtzagerij De Ster. Daar ben ik dan ook geboren in '44.
De Leidseweg was een van de toegangswegen van Utrecht en al dat auto- en fietsverkeer moest over de draaibrug (Muntbrug) de Leidseweg over die nog bestraat was met kinderkopjes.
Voor de oorlog was het tracé Graadt van Roggenweg al bedacht en tijdens de oorlog werd de Paul Krügerbrug over het Merwedekanaal gebouwd. Over deze brug werd het verkeer 'de stad in' geleid zodat voor het autoverkeer eenrichtingverkeer kon worden ingesteld over de Muntbrug. Ga er eens kijken: je kan je niet voorstellen dat er zelfs maar van een richting autoverkeer over deze brug ging! En toch was het zo.
Toen we zo'n jaar of tien waren gingen we vaak de brugwachter 'helpen' bij het opendraaien van de brug, dan reed alle verkeer tijdelijk over de Paul Krügerbrug, de brugwachter zette een grote 'sleutel' in het brugdek, klapte dan nog een stuk om zodat een grote 'sleutel' ontstond waarmee hij de tandwielen onder de brug in beweging zette door er tegenaan te duwen en langzaam in de rondte te lopen. Als de brug 90° open stond konden de schepen doorvaren en stonden wij op een 'eiland' in het kanaal, spannend. Als de schepen voorbij waren werd de brug zo ook weer dichtgedraaid met de hand, dus je kon beter van brugwerker spreken dan van brugwachter.
Omstreeks 1954 werd de Graadt van Roggenweg dan geopend, met een linker- en een rechterbaan en daartussen parkeerterreinen voor de Jaarbeurs en werd het op de Leidseweg een stuk rustiger met het autoverkeer. Behalve verkeer kwamen er 's-morgens en 's-avonds grote drommen arbeiders in hun blauwe ketelpakken langslopen van en naar de fabrieken aan de Kanaalweg, overigens ook over het Suikerterrein.
In 1954 werd ook de A2 richting Amsterdam geopend en kwam het verkeer vanaf het verkeersplein Hooggelegen over de kanaalbrug (zie foto) vóór langs Den Hommel de Leidseweg op rijden en boog dan bij de Muntbrug af naar de Graadt van Roggenweg.
Dat was kennelijk ook het moment dat op, of liever gezegd in, ons stuk van de Leidseweg riolering werd aangelegd. Tot dat moment liepen alle afvoeren gewoon de Leidserijn in. Maandenlang moesten we over een plankenbruggetje onze voordeur bereiken, overigens woonden we toen al op no 74.
Een ander slecht moment was de bouw van het Christelijk Lyceum en de aanleg van de Koningsbergerstraat want er werd een hek langs de Leidseweg geplaatst zodat van die kant het Suikerterrein niet meer bereikbaar was, tenminste wat er nog van over was na de aanleg van de Graadt van Roggenweg en de bouw van de flats erlangs. Gelukkig hadden we nog een achteruitgang in de tuin zodat we nog op dat stuk knollenveld wat over schoot konden voetballen.
Tegenwoordig is de Leidseweg zelfs eenrichtingverkeer en een stille straat zou je kunnen zeggen, wat een verschil. De weg die in het door Napoleon opgezette Rijkswegenstelsel als 'Grote Weg der 1e klasse no. 5' was opgenomen en in 1828 al bestrating kreeg! Ik vermoed dat het nog diezelfde kinderkopjes waren die pas omstreeks 1955 na de aanleg van de riolering verdwenen zijn!
Het laatste decennium houd ik me veel met onze familie geschiedenis bezig en zo speurde ik ook naar de geschiedenis van onze woningen. Tot mijn verbazing trof in in het Utrechts Archief een foto aan uit ± 1900 waarop achter no 76 een schoorsteen achter de huizen vandaan steekt (catno: 62350) via het bestuderen van oude kaarten (1849, 1871) ben ik tot de conclusie gekomen dat hier een oude oliemolen gestaan heeft. De achthoekige grondvorm van dit gebouw geeft aan dat dit oorspronkelijk een windmolen geweest is.
Na wederom enig digitaal speurwerk in het Utrechts archief vind ik een afbeelding, ets uit 1858 (catno: 135091) 'gezicht op de stad Utrecht' waarop volgens mij deze molen De Vrede staat. Die bestrating van Napoleon is daarop niet te zien, wel de karresporen?! Tevens te zien zijn de molens Bijgeval en De Ster. Let op: ook de Domtoren en de Buurkerk staan op die ets! Zo zag die plek er uit ver voordat ik geboren werd!
Ik zie dat mijn naam is weg gevallen: Ed. Schulte.
De in de tekst genoemde foto ontbreekt ook?

Een Schoorsteen en een Oliemolen
De bijdrage, die de heer Ed. Schulte inzond, vond ik als bewoner van de Leidseweg (en oud-buurman van zijn moeder, Mevrouw Schulte) bijzonder inspirerend. Ik benader de stad Utrecht letterlijk en figuurlijk via de Leidseweg. Mijmeren over verdwenen wegen of vergezichten van vroeger doe ik, geïnteresseerd in de geschiedenis van dit gedeelte van de stad, dan ook bij voorkeur vanuit de richting Utrecht-West. De mijmering van de heer Schulte over de oliemolen De Vrede stimuleerde me tot het presenteren van de mijne over dit gedeelte van de Leidseweg op, nog niet zo lang geleden, de grens van de stad Utrecht.
Als we de kadasterkaart Buiten Catharijne - Leinpad sectie D van 1832 raadplegen (www.watwaswaar.nl) om wat meer te vernemen over de percelen, die aan de Leidseweg lagen, op het traject gaande van de tegenwoordige Rijksmunt naar het Christelijk Gymnasium aan de Koningbergerstraat, dan vinden we eerst het perceel N° 160, bouwland (eigenaar Jan van de Water cs, chirurgijn / heel en vroedmeester). We bevinden ons hier op de grens van de gemeente Utrecht met de gemeente Oudenrijn. Op dit perceel zullen later de Beetwortelsuikerfabriek en na afbraak van deze, de nieuwe Rijks Munt gebouwd worden.
Het Merwedekanaal, de Muntbrug, de Muntkade, de Krugerstraat en de woningenrij van de Leidseweg alsmede de bebouwing aan de overkant van de Leidse Vaart bestaan dan nog niet, Tasmanbrug en Coenbrug evenmin. Vanuit het prieel op de hoek van het Buiten Oog in Al kijken we uit over het water van de Leidse Vaart, dat recht voor ons stroomt en we zien dan in de verte de imposante Catharijnepoort (rond 1844 afgebroken) met daarachter gelegen, de stad Utrecht. Dichterbij zien we de molens de Ster en Bijgeval en iets verderop, rechts van het water, het huis Groenendaal (afgebroken omstreeks 1938) op de plaats waar de 3e Moesgracht (voorheen Bleekersgracht, heden Croeselaan, gedempt in 1932) in de Leidse Vaart uitkomt. Weer verder rechts ligt op enige honderden meters afstand daarvan, ook aan deze kant van de gracht, nog de 17e eeuwse hoeve Lubbenes van boer Jan Oostveen (later Rustpunt genoemd en rond 1928 afgebroken ten behoeve van de bouw van de Veemarkthal aan de Croeselaan : afbeelding N° 41630 - Utrechts Archief).
Na perceel N° 160 komt het perceel N° 159, weiland (eigenaar Jan Oostveen), langgerekt en aan de achterzijde grenzend aan de gemeente Oudenrijn. Op dit perceel ligt vandaag de huizenrij Leidseweg 76 – 67. Het derde en laatste perceel, dat ons interesseert, is perceel N° 158, bouwland (eigenaar Jan Oostveen), ook gelegen aan de Leidseweg en op deze locatie wat minder breed dan het voorgaande perceel. Hierop zal het grootste deel van de Koningsbergerstraat komen te liggen met aan de ene zijde van de straat het hoekhuis Leidseweg 66 met tuin en aan de andere zijde een deel van het Christelijk Lyceum, waarover de heer Schulte al schreef.
De percelen N° 160, 159 en 158 bestaan inmiddels niet meer. Ze zijn opgedeeld in meerdere percelen van verschillende grootte. Op de kaart vallen de percelen N° 159 en 158 op door hun enigszins schuine ligging t.o.v. de Leidseweg en Vaart, niet haaks, maar in een hoek van 60°. Daarentegen zijn de later gevormde percelen wel haaks op de Leidseweg getraceerd. Dit evenwel weer met uitzondering van de percelen N° 5606 en N° 5492, behorende bij respectievelijk Leidseweg 76 en Leidseweg 66, bij welke de grens van de vroegere percelen (aan hun westelijke kant) is gehandhaafd. Ze staan daarom nog steeds niet haaks op de Leidseweg. Met deze opvallende ligging zijn ze tot op vandaag gemakkelijk te herkennen op de stadsplattegronden en sateliet-fotos. Zelfs de woning Leidseweg 76 zie je schuin in de huizenrij staan. De beide buurhuizen (75 en 77) staan wèl recht in de rij en corrigeren de schuine ligging van het tussenhuis met hun bijzonder onsymetrisch vormen. De breed uitlopende tuin van Leidseweg 75 is ook een gevolg van deze oude situatie. Een soortgelijk probleem is er bij Leidseweg 66 van welk het perceel (5492) op dezelfde manier - de grens van het oude perceel 158 respecterend - is getraceerd. Daar is de aangrenzende Koningsbergerstraat in de mangel genomen. Eerst recht op één lijn liggend met de Coenbrug en haaks op de Leidseweg, buigt ze, bij Perceel 5492 gekomen, naar rechts af om uiteindelijk ook schuin op de Leidseweg uit te komen (en slecht op de Coenbrug aan te sluiten). Dit soort verschijnselen, die horen bij de groei van een stad, zijn leuk; in het stadsbeeld geslopen, maakt hun soms subtiele aanwezigheid de stad nog meer authentiek. Als ouderdomstekenen, vaak een weinig opwindende aanblik biedend en soms ronduit als plaag ervaren, maken ze toch deel uit van het stedelijk erfgoed. Niet altijd verstaan, wortelen deze kenmerken in een verleden, dat ons nog steeds zijn wil oplegt. We kunnen ze hier en daar in onze omgeving terugvinden en als je ze herkent en hun verhaal kent, dan schept dat een band met die omgeving.
Het genoemde drietal percelen vinden we terug op de Topografische Militaire Kaart 1850-1864 Utrecht (http://beeldbank.nationaalarchief.nl). Op die kaart is over de gehele breedte langs de Leidseweg van perceel N° 159 bebouwing ingekleurd met daarnaast de benoeming ‘Oliemolen’. Het complex van de oliemolen, die de naam De Vrede draagt, bevat meerdere bedrijfsgebouwen en een woonhuis, die we verder terugzien op twee tekeningen van Gijsbertus Craeijvanger (penseel in kleur 1864 N° 35517 en N° 30254 - Utrechts Archief). We zien de bestaande bebouwing van het perceel (en daarnaast de suikerfabriek) ook aangegeven op één van de uibreidingsplannen van C. Vermeijs uit de jaren 1887-1891. Er bestaat verder nog een potloodtekening van Anthony. E. Grolman, waarop de Vrede staat (1883 N° 39473 - U.A.) en tenslotte de fraaie ets met gezicht op Utrecht van Jan Lokhorst (1858 N° 135091 - U A). De oliemolen brandt in 1885 af en wordt niet meer opgebouwd. In plaats daarvan verschijnen aan het begin van de 20e eeuw de huidige woningen.
De reproductie N° 62350 - Utrechts Archief (waarvan het origineel zich in mijn bezit bevindt) toont het huizenblok Leidseweg 71-73 (met aangrenzende huizen). Het perceel N° 2188 (dit nummer bestaat inmiddels niet meer), waarop ze staan, wordt op 15 juli 1902 (samen met N° 2190) gekocht als een perceel bouwterrein. De woningen moeten dus m.i. na die datum gebouwd zijn. De schoorsteen, die we op de foto zien, ligt op enige afstand, schuin achter de huizen. Het is de schoorsteen van de suikerfabriek. We zien de suikerfabriek met zijn schoorsteen terug op de tekenng met zwart krijt van A. van der Zweep. Hij schrijft onder de tekening ‘Afbraak Suikerfabriek, tegenwoordig terrein van Rijks Munt, 1902’. Ik veronderstel, dat die schoorsteen er na de afbraak van de gebouwen nog enige tijd gestaan heeft, lang genoeg om op de foto N° 62350 vereeuwigd te kunnen worden, om vervolgens de nieuwsgierigheid van de heer Ed. Schulte op te wekken en uiteindelijk bij “Herinneringen aan de verdwenen toegangswegen” aan de orde te komen met oliemolen De Vrede en zijn nabije omgeving. (2011-01-17, Plonius Schaap – ploniusschaap@yhoo.fr )

Correctie : Waar Leidseweg 66 staat ontbreekt een A , is dus Leidseweg 66A (hoekhuis)
Leidseweg 67 is in werkelijkheid Leidseweg 66
Leidseweg 75 blijft Leidseweg 75
Leidseweg 76 is in werkelijkheid Leidseweg 77
Leidseweg 77 is in werkelijkheid Leidseweg 78
Aanvulling (In het bovenste gedeelte van de tekst): In het lijstje van wat in 1832 nog niet bestond op en rond de Leidseweg - tussen de tegenwoordige Tasmanbrug en Coenbrug - hoort natuurlijk ook de inmiddels verdwenen oliemolen De Vrede (die dus niet eens zo lang bestaan heeft, in overweging genomen, dat hij in 1885 afgebrand is). De Beetwortelsuikerfabriek en de RijksMunt waren al eerder genoemd. Voor de volledigheid : op het perceel van chirurgijn Jan de Water verscheen ook de rij woningen vanaf de Rijks Munt t/m huisnummer 78 (dit is wel het goede nummer) met daarin de ingang van de Krügerstraat.
(2011-01-18 – ploniusschaap@yahoo.fr )
N.a.v. de berichten van Schaap en Sterk ben ik, zijn we, een stap verder gekomen. Ik heb ze rechtstreeks via e-mail geantwoord.
De kaartjes en tekst die Sterk zond bevatten de 'missing link' in het verhaal.
"Bij molen De Vrede werd in 1880 een locomobiel opgesteld die in 1881 vervangen werd door een stoommachine en daar hoort nu eenmaal een schoorsteen bij. In 1885 brandde de molen af en werd niet herbouwd". No. 74 werd in 1887 gebouwd. No 77 werd in 1903 vergroot. Van de overige panden werd nog geen informatie gevonden.
Oliemolen De Vrede
Oliemolen De Vrede heeft tot 1885 aan de Utrechtse Leidseweg gestaan. Over het precieze jaar van bouwen bestaat onduidelijkheid maar het zal ongeveer tussen 1852 en 1854 zijn.
In de Negentiende eeuw zijn kadastrale nummers in het gebied langs de Leidseweg gewijzigd. De grond is opnieuw ingedeeld en deels uitgegeven als bouwpercelen.
Op Plattegrond 1882: Utrechts Archief cat. nr. T.A. Af 39, neg.nr. C11.492 en Plattegrond 1924: Utrechts Archief cat. nr. T.A. Af6, neg.nr. C10.471 is te zien waar de molen precies stond.
Plattegrond 1882 is van voor de bouw van de huidige woningen tussen de Koningsbergerstraat en de Krugerstraat. Plattegrond 1924 is uit de tijd van plannen om het voormalige Suikerterrein tot rangeerterrein van de Staatsspoorwegen te maken en de Leidsche Rijn te dempen en om te vormen tot een brede verkeersweg.
De schaal van beide plattegronden is gelijk en zo is te zien dat de oliemolen zelf (geel gemarkeerd) in de huidige tuinen stond van de adressen Leidseweg 74 en 73. De bijbehorende gebouwen stonden in de huidige tuinen van de adressen Leidseweg 72, 71, 70, 69, 68, 67 en 66. In de achtertuin van nummer 71 ligt nog een oude beerput, wellicht van een van de bijgebouwen van de oliemolen.
19 oktober 2010
René Sterk
Leidseweg 71
3531 BE Utrecht
sterkra@xs4all.nl
Aanvullende info in: Tekst 27. De oliemolen de Vrede + afbeelding: W.A.G. Perks, Zes eeuwen molens in Utrecht, Uitgeverij Het Spectrum Utrecht/Antwerpen 1974