Op 27 juni vond de officiële opening plaats van Het Utrechts Archief, dat zijn intrek genomen heeft in het gebouw dat de meeste Utrechters beter kennen als de Rechtbank. Het publiek kan op de Hamburgerstraat 28 de geschiedenis letterlijk binnenstappen. Niet alleen vanwege de verrassende wijze waarop het Utrechtse verleden is te ontdekken, maar ook omdat de historie van het gebouw op de muren is af te lezen. Deze gaat terug tot 1050, toen hier de Paulusabdij werd gewijd. In de ruim 950 jaar die volgden heeft de plek verschillende bewoners gehad. Over al deze bewoners is in Het Utrechts Archief - nieuwkomer in het Museumkwartier - iets te vinden.
Heeft u herinneringen aan een specifieke gebeurtenis? Welke rechtszaak hield u bezig? Herinneringen aan het gebouw, als rechter, advocaat, gedaagde, getuige, of als kunstenaar? Heeft u ooit de cellen in de kelder van binnen gezien....?
Mijn vader (A.J. Schaap, overleden 22-2-2008) heeft pakweg 11 jaar in het Gerechtsgebouw aan de Hamburgerstraat gewerkt als Gerechtsbode. Hij ging in 1987 met de VUT. Daarna trad hij in dienst van een deurwaarderskantoor en zodoende kwam hij nog enkele jaren over de vloer van dit gebouw. Gedurende zijn werkzame jaren daar ben ik als kind met grote regelmaat in het gebouw geweest, heb er bij rechtzaken gezeten, o.a. bij het zwartgelddrama bij FC Utrecht, waarbij spelers van toen in het beklaagdenbankje zaten. Herinner me ook de zaak tegen de RAF, naar aanleiding van de moord op die Utrechtse politieagent. Ik ken het gebouw op mijn duimpje, in de ruimte achter het beeld boven de deur, werkte een kennis (repro). Je keek door de opening tegen de achterzijde van dit beeld, heel apart. Grappige bijkomstigheid: ik werk nu bij de Belastingdienst, met uitzicht op de nieuwbouw van...het Gerechtsgebouw!
Peter Schaap, 28-6-2008 0:21Beste Peter,
Jouw vader en ik zijn +/- 2 jaar directe collega's geweest samen met Joop Huizinga. In 1978 heb ik de rechtbank verlaten en ben in het bedrijfsleven terecht gekomen. De congierge, die de scepter over de bodes zwaaide, heette Janssen en woont tegenwoordig naast mijn zwager in Nieuwegein.
Het proces tegen Knut Folkerts van de Duitse RAF staat me nog helder voor de geest. Een groot gedeelte van de binnenstad was afgesloten en alleen toegangkelijk met een pasje. Jouw vader en ik moesten als een van de weinigen opdraven om te werken.
Ik bewaar goede herinneringen aan je vader.
Van 1940 tot 1946 zat ik op de Willibrordus-school waarvan de speelplaats grensde aan de achterzijde van het gerechtsgebouw.
Geregeld mochten wij niet buiten spelen omdat er zittingen waren. Ik moet ooit ook in het gebouw geweest zijn, maar daar is geen herinnering van over.
Van 1940 tot 1946 zat ik op de Willibrordus-school waarvan de speelplaats grensde aan de achterzijde van het gerechtsgebouw.
Geregeld mochten wij niet buiten spelen omdat er zittingen waren. Ik moet ooit ook in het gebouw geweest zijn, maar daar is geen herinnering van over.
Ik heb een 'dagje' in de cel gezeten in de Hamburgerstraat. Dat kwam zo: nadat ik samen met een vriend was betrapt op het fietsen zonder achterlicht, besloten wij, allebei student, niet te betalen en het erop aan te laten komen. Mijn vriend werd door een paar gerechtsmedewerkers opgehaald (ik was op vakantie) en moest in de kelder van de rechtbank zijn zakken leeg maken. De boete van 15 gulden was inmiddels opgelopen tot 90 gulden. Hij had 150 gulden bij zich, die werd ingehouden en hij kon gaan. Ik wist dus dat ik mijn geld thuis moest laten. En inderdaad, ik werd op de bewuste dag rond een uur of 11 in een cel gestopt. Daar zat toen al iemand in. Hij had door zijn broer gestolen spul geheeld en 'moest' twee weken. Hij had zich vrijwillig gemeld, want hij was bang dat hij anders vast zou zitten op het moment dat zijn vrouw moest bevallen. Ze waren voor hem op zoek naar een plaats in een gevangenis. 's Middags om drie uur moest ik meekomen en werd er (meen ik) een achterdeur geopend. Ik zei: "Dat was het?" "Het moest er toch eens van komen", was de reactie van de bewaarder. Al met al een hele geslaagde ervaring. De vervelendste dingen waren dat ik 's middags twee boterhammen met kaas en een kop koffie met melk kreeg. Ik lust geen kaas en geen koffie met melk. Verder had ik natuurlijk geen geld of strippenkaart bij me, die zaten in m'n portemonnaie, waardoor ik naar huis moest lopen.
Willem Brouwer, 30-6-2008 19:01