Depot in het stadhuis

De Utrechtse burgemeester Van Asch van Wijck droeg het gemeentearchief een warm hart toe. In 1828 werden in het stadhuis van Utrecht een depot van twee kamers en zelfs een studiezaal ingericht. Dat liep zelfs vooruit op het ministe­riële be­sluit van openbaarheid van de archieven, dat op 4 februari 1829 werd genomen. Prompt werden nu ook archiefambte­naren benoemd: W.A. Boers bij het stadsarchief en P.J. Vermeulen bij het rijksarchief. De studiezaal was beperkt geopend: bij het rijksar­chief twee uur per week en bij het stadsarchief 's avonds op verzoek. Helaas werden er in die tijd nog geen bezoekersaantallen bijgehouden. Wel is bekend dat de zoon van burge­meester Van Asch van Wijck geen toestemming kreeg om originele charters voor nadere studie mee naar huis te nemen. Boers werd opgevolgd door mr. J.W.L. Raven. Het gemeentebestuur zag zijn rol vooral als ondersteuning bij rechtsgeschillen, wat het beheer van het archief niet ten goede kwam. In 1868 werd een assistent aangesteld, die echter drie jaar later benoemd werd in Kampen. Toen Raven wegens ziekte zijn taak moest neerleggen, werd omgezien naar een opvolger. Het werd mr. W.A. van den Wall Bake, hoewel men het bezwaarlijk vond dat hij "de ligchamelijke vlugheid mist(e) die een archivaris behoort te bezitten om met gemak en spoed de ladders en trappen van een archief te kunnen beklimmen".

Beeldmateriaal nr. 80358

In 1843 waren de kapittelarchieven overgebracht naar het gouverne­mentsge­bouw en door archivaris Vermeulen geïnventariseerd. Vermeulen was de eerste persoon die in Nederland zijn ideeën over archivistiek op papier zette, waarin hij al snel werd gevolgd door Utrechts befaamde archivaris en historicus Samuel Muller.

Organisatie

Geschiedenis