Samuel Muller Fz: gemeentearchivaris, rijksarchivaris en museumdirecteur

 

Beeldmateriaal nr. 31747

 

Mr. Samuel Muller Fz. was in 1873 benoemd tot gemeentearchivaris. De gemeente­raad, die door het raadslid prof. mr. J.A. Fruin van het belang van de archieven was door­drongen, had een archiefverordening op laten stellen. Het gemeentear­chief werd een tak van dienst en kwam zo los van de gemeentesecretarie. Muller begon zijn werk­zaamhe­den met een voorlopige inventaris van het gehele archief, waartoe ook de meer driedi­mensio­nale oudheden van het museum werden gerekend. Zijn zoekactie in de gemeente­lijke burelen naar rondzwervende archief­stukken leverde een rijke oogst op. Om toch op korte termijn resultaten te kunnen laten zien, begon hij met het inventari­seren van het beeldma­teriaal en de museum­collectie. De stedelijke boekencollectie breidde hij in deze tijd uit tot een vrijwel volledige ‘Utrecht-bibliotheek' en een beperktere algemene bibliotheek ten dienste van de archivaris en het gemeentebestuur. Tussen 1878 en 1881 verschenen de eerste catalogi van de topografische atlas van de gemeente, de bibliotheek, de topografische atlas van de provincie, de  historische atlas en het museum van oudheden. Van de vijf keurig gedrukte banden zijn weinig "schone" exemplaren bewaard gebleven, want  Muller's indeling had een belangrijk nadeel: toevoegingen leidden tot een omnumme­ring die in de gedrukte tekst moest worden aangebracht.

Inmiddels was Muller in 1879 ook aangesteld als rijksarchivaris in Utrecht. Het rijksar­chief was gehuisvest in het voormalige kabinet van landbouwwerktuigen, Drift 27. Na een verbouwing in de jaren 1880-1883 mocht ook het gemeentearchief hier intrek­ken. In het stadhuis bleef, naast de bibliotheek ten dienste van het gemeentebestuur, nu op de zolder alleen het museum nog achter. Ook dit viel onder het beheer van Muller en hij heeft zich naast de catalogise­ring ook bezigge­houden met de verhuizing van de collectie naar een ruimere locatie, het buiten Hoogeland. Hier bleef het museum exact dertig jaar, waarna na een verbouwing het Stadsambachts­kinderhuis aan de Agnietenstraat werd betrokken, het huidige Centraal Museum.

Muller's grootste werk is de inventarisatie van de stedelijke archieven, waaraan hij van 1878 tot 1893 heeft gewerkt. In 1891 werd de Vereniging van Archivarissen in Neder­land opgericht, waarin Muller een vooraanstaande positie innam. Zijn autoriteit werd voorgoed gevestigd met de publicatie van de "Handleiding voor het ordenen en beschrij­ven van archieven", een handboek dat hem ook internatio­naal roem bezorgde. Hoe serieus Muller zijn taken opvatte, blijkt wel uit het feit dat hij als gemeentearchivaris zichzelf als rijksarchivaris brieven stuurde en andersom.

Organisatie

Geschiedenis