Doop- Trouw- en Begraafboeken
De belangrijkste bron bij het opsporen van uw voorouders vóór 1811 vormen de doop-, trouw- en begraafboeken (ook wel DTB-registers genoemd) die de verschillende kerkgenootschappen bijhielden. De grootste kerk in die tijd was de Nederduits-gereformeerde kerk.
Het Utrechts Archief beschikt over de DTB-registers van alle plaatsen in de provincie Utrecht (behalve Woerden) over de periode ca. 1579-1811. U kunt ze in de vorm van kopieboeken of microfiches (DTB Vianen op scans) inzien op de locatie Hamburgerstraat.
Tips:
- Om een doop, een huwelijk of een overlijden op te sporen, moet u eerst weten welk geloof de gezochte persoon had. U vindt meestal geen geboortedatum, maar een doopdatum en geen overlijdensdatum, maar een begraafdatum.
- Uw zoektocht wordt vergemakkelijkt door diverse klappers op naam die aanwezig zijn in Het Utrechts Archief.
- Omdat er geen vaste schrijfwijzen waren, werden namen veelvuldig verbasterd. Noteer de verschillende schrijfwijzen, zodat u op alle naamsvarianten kunt zoeken.
- Bij dopen werd door de pastoor of dominee de naam van de vader en meestal de naam van de moeder genoteerd, soms ook de naam van een getuige.
- Alleen de Nederduits-gereformeerde kerk was van overheidswege bevoegd om huwelijken te sluiten. Trouwlustigen van andere gezindten trouwden voor het gerecht (= schout en schepenen). Ze trouwden natuurlijk ook in hun eigen kerk, zodat u van hen vaak twee inschrijvingen kunt vinden.
- Gegevens met betrekking tot overlijden zijn vóór 1811 vaak lastig op te sporen. Er zijn verschillende bronnen, maar die zijn niet in alle gevallen even consequent bijgehouden: registratie van overlijden of begraven door de kerk, rekeningen voor de begrafenis en andere kosten voor de kerk, registratie door de momboir- of weeskamer, die ervoor zorgde dat er voor de minderjarigen werd gezorgd, belastingen etc. De overheid stond alleen begraven in of bij een Nederduits-gereformeerde kerk toe.
- Omdat de inschrijvingen vóór 1811 veel minder gegevens bevatten dan de latere aktes van de Burgerlijke Stand is het noodzakelijk extra zorgvuldig te werk te gaan, want het risico bestaat dat u de verkeerde relaties legt. Een hulpmiddel is dat bijna altijd de grootouders werden vernoemd. Als u twee kinderen met vrijwel dezelfde naam vindt, kunt u het beste de voornamen van de kinderen vergelijken met die van de grootouders. Let ook op verbasteringen. Bijvoorbeeld: grootmoeder Antonia, kleindochter Teuntje.
N.B. Niet alle DTB-registers zijn bewaard gebleven. Een enkele begint vòòr 1600, maar andere pas na 1700.