
[Ceciliaklooster]
Supplementum conventus Ceciliae
Jans van Nienrodensdochter, suster sint Ceciliën, sterft tot Delft in 't begin van bischop David, daer sij waren gevlucht voor die gilden.
Alijt van Dry sterft anno 1459, woensdachs voor Pynxteren, in 't 21. jaer haers moederschap.
Ende coren, vrijdachs na Pynxteren, Griet Jan Knijfsdochter tot een moeder.
Anno 1460 sterft heer Harman Vroede, pater.
Griete Knijfs, moeder, creech twist met heer Reyer, pater, sulcs dat het convent haer afsetten, ende namen Gerborch Jansdochter van der Elborch, die sterft anno 1471. Ende namen doen weder Griete Knijfs.
Anno 1475 wert heer Willem Clos van Burick biechtvader.
Ende anno 1475 werden gecoren Joanna van Accoye, G. Piecxdochter, uuyt Gelderlant.
Anno 1481 in mei werde gecoren suster Lumme van Hattum, geboren te Campen.
Ceciliaklooster
Een dochter van Jan van Nijenrode, zuster van het Ceciliaklooster, stierf te Delft, waar zij heen waren gevlucht voor de gilden, in het begin [van het episcopaat] van bisschop David [van Bourgondië]. Alijt van Dry1 stierf in 1459, op woensdag voor Pinksteren, in het 21e jaar van haar moederschap. Op vrijdag na Pinksteren werd Griet, dochter van Jan Knijff, tot moeder gekozen. In 1460 stierf Harman de Vroede, de biechtvader. Griet Knijff, moeder, kreeg onenigheid met Reyer, de biechtvader. Daarom zette het convent haar af, en nam Gerborch, dochter van Jan van Elburg, zij stierf in 1471. En toen nam men weer Griet Knijff. In 1475 werd Willem Clos van Buren biechtvader. In 1475 werd gekozen Janne van Acqoy, dochter van Gijsbert Pieck, uit Gelre. In mei 1481 werd gekozen zuster Lumme van Hattem, geboren te Kampen.
1. Zie pag. 239.
Bladeren
Weergave