
Dirck van der A sterf anno 1411, daechs voor Dertienavont ende hadde kinderen, wort mede daer begraven. Hij hadde daer gesticht den legen outaer, daertoe gevende 20 francken 's jaers.
Waren noch op het sluyten van 't voorseide convent Jacob Lieboert, Jan Lieboert, Braem Dool, Jacob Coman, Andreas de Witte, Vranck de Vroede, borgers t' Utrecht, daertoe geroepen als getugen. Anno 1400 beval heer Vrederic, bischop t' Utrecht, heren Harman van Lockhorst, Domdeken, de volcome besluytinge, als hij tevoren gedaen hadde heren Evert Foecke. Dan de niewe beslutinge beval hij den recteurs.
Volgen eenige namen der bagijnen. Alijt van Orck, Wibbe Budels, Griete Boechent, Alijt Erler, Alijt Surmonts, Alijt Cluten, eerste mater, Lijsbet Hanen, Alijt Beren, Mari van Vianen, Tuenken Overdevecht, Alijt van Houdaen, Adelken Edels. Dieder van Erler, mater, hebbende de cancker aen haere borst, sterft anno 1435 op Vrouw Lichmissendach. Ende wert na haer gecoren suster Jutte Utenboegart uuit Brabant. Haze Overdevecht, Mette van Bueren, Niese van Ense, Alijt Bosscop, Niese van Wijck, Vrederica Soudenbalch, Stijntgen van Wylsem, Mechtelt van Eck, Jutte van Schoenouwen, Jutte van Dry, Adriane Witte, Elborch Witvoets, Heyl van Nienrode, Alijt van Dry, mater, Stijn Trienen, Nelle van der Weyde, Heyl Rovers, Lijsbet van Heeswijck, Mette Stryster, Gese van Hemerten, Bely van Heeswijck, Heyl Grauwerts, Haze van Drakenborch, Janne van Dolre, Hillegont van Drij, Bate Cranen, Griet van Erp, Haze van Lanscroon, Janne van Ackoye, Gijsbert Piexs dochter. Mater Jut van Bogaert, afgeset sijnde, omdat se te oetmoedich was ende te veel om Goods wil gaf, wert in haer plaetse gecoren, 1437, suster Gese van Hameren, geboren tot Montfoort, die regierden 2 jaeren. Anno 1438 werden gecoren ministra Alijt van Dry, van den Elborch.
1. Niet in Middelnederlands Woordenboek, wel als synoniem 'heete siecte' ofwel de pest.
Dirk van der Aa stierf in 1411, twee dagen voor Driekoningen, en had kinderen, die daar eveneens werden begraven. Hij had daar het zijaltaar geschonken, en gaf daartoe jaarlijks twintig frank.
Andere aanwezigen bij het afsluiten van het genoemde convent waren Jacob Lieboert, Jan Lieboert, Abraham Dole, Jacob Comans, Andreas de Witte, Frank de Vroede, burgers van Utrecht, daartoe geroepen als getuigen. In 1400 gaf Frederik [van Blankenheim], bisschop van Utrecht, aan Herman van Lokhorst, Domdeken, opdracht tot volkomen insluiting, zoals hij tevoren gedaan had aan Evert Foeck. De nieuwe insluiting liet hij over aan de rectoren.
Hier volgen enige namen van begijnen. Alijt van Urk, Wibbe Budels, Griete Boechent, Alijt van Erler, Alijt Zuermont, Alijt Cluten, eerste moeder, Lijsbet de Haen, Alijt de Beer, Marie van Vianen, Teuntjen over de Vecht, Alijt van Oudaen, Adelken Edels.
Dieder van Erler, moeder, had kanker aan haar borst, en stierf in 1435 op Maria Lichtmis,1 en na haar werd zuster Jutte Utenbogaard uit Brabant gekozen.
Haze over de Vecht, Mette van Buren, Niese van Ens, Alijt Boskoop, Niese van Wijk, Frederica Zoudenbalch, Stijntje van Wylsem, Mechtelt van Eck, Jutte van Schonouwen, Jutte van Dry, Adriane Witte, Elborch Witvoets, Heyl van Nijenrode, Alijt van Dry, moeder, Stijn Trienen, Nelle van de Weyde, Heyl Rovers, Lijsbet van Heeswijk, Mette Strijster, Geesje van Hemert, Bely van Heeswijk, Heyl Grauwert, Haze van Drakenborch, Janne van Dolre, Hillegont van Dry, Bate Cranen, Griet van Erp, Haze van Lanscroon, Janne van Acqoy, dochter van Gijsbert Pieck.
Moeder Jutte Utenbogaard werd afgezet, omdat ze te zachtmoedig was en te veel aan de armen gaf. In 1437 werd in haar plaats gekozen zuster Geeske van Hameren, geboren te Montfoort, die twee jaar de leiding had. In 1438 werd tot moeder gekozen Alijt van Dry, van Elburg.2
Bladeren
Weergave