
Ad latus septentrionale crucis templi, haec lapides sarcophagi1 habent nomina et signa: *
In 't jaer ons Heeren 1573, den VIII februarii, sterft Christiaen van der Vliet Wellenss., brauwer tot Delft was, ende leyt hier begraven.
Ibidem lapis, nullo notatus scuto, sed tantum mercatorum signo et his verbis sequentibus:
Hier leyt begraven Gerrit Gerritss. van Almelo, sterft opten 2 decembris anno 1583.
Lapis alius caeruleus, non procul hinc notatus: * De grafstede van Gerrit Sweersoon ende Roelof van Wijckersloot Janssoon, die hier begraven sijn met haer huysvrouwen. * Hic sceleti forma expressa.
In de capelle van sint Andries, groen gevervet, sijn gehouden de volgende woorden ende wapenen. * Heer Dirck Janss., priester, fundateur deser capelle. Item: Joffrou Alit Ansem Salms dochter, fundatrice beyder deser vicarin, d' een van vijf missen, ende die ander van drie missen alle weeke.
Obiit 25 januarii. * 1624, 12 septembris. * De weleedelen Adriaen van Lanskroon, heer van Boshusen.
Ad vitrum 12 insignium, in pagina adversa expressorum, haec inferius inscriptio legitur:
Collegium sodalitatis Sacramenti huius aedis donum dedit.
Ante chorum dicitur extare in lapide hoc epitaphium:
In 't jaer ons Heeren MCCCIX, daechs na sint Victor, sterf heer Dirc van Schorrenberch, erfschepen t' Utrecht was, bid voor de siel.
In 't choor van dese kerck, hangt noch een oudt geschildert tafereel aen de zuytsijde, waerinne de schilderie bijcans vergaen is, uytdruckende de victorie der borgeren van Utrecht tegens die van Lichtenberch, die de stadt hadden ontseyt. Men siet 2 troupen gewapende mannen, na het oudt fatsoen, ende bij de eene staet een sijn sweert treckende bij den standert van Lichtenberch, sijnde 3 goude leliën in een velt van keel. In een oude genealogie van de Renessen, staet dese saeke aldus verhaelt:
Notandum est quod, cum dominus Jacobus de Lichtenberch, hostis civitatis Traiecti factus fuerat, cupiens instructa acie cives Ultraiectinos invadere, apparuit in aëre Jhesus in cruce pendens, supra capita Traiectinorum, unde Lichtenbergenses perterriti caesi et fugati fuerunt, ita ut ipse dominus Jacobus cum magno periculo evaserit. Ultraiectenses vero, extensis et volantibus sigillis, summo cum gaudio et triumpho in civitate reversi sunt illaesi. Gestum fuit hoc bellum anno 1305. Licet Lichtenbergensium numerus longe maior fuerit. Hic autem dominus Jacobus, inter caetera eques auratus, Wilhelmum de Mechlinea, episcopum in aedibus suis de Lichtenberch, in palatio civitatis Traiectensis sitis, propria authoritate captivum integrum annum detinuit, qui postea ope rusticorum aliquot inde liberatus, dictam captivitatem ulcisci cupiens, in loco dicto Hoge Noirt prope Malrum, non longe a Traiecto, ab eodem domino Jacobo cum suis oppressus est. Memoriae huius facti: Cronica divis[ionum] 21. caput 24, pagina 202, et ex eodem Gouthoven, in cronico suo, pagina 362;2 Heda, pagina 343.3
1. Hs.: sarcophaphi.
2. Van Gouthoeven 1620, 362 'Van die opsetten ende aenslagen die Heere Iacob van Lichtenburgh maecte teghen die van Wtrecht'. '21. caput 24, pag. 202' niet gevonden.
3. Heda 1612, 345-346; UBU hs 4 K 18, 'ex libris Arnoldi Buchellii Batavi 1613' met zijn aantekeningen en correcties): 'Haud longè à Montiforti locum, Hooghewaerdt' (door B. verbeterd in -woerdt); dus niet 'Hoge Noirt prope Malrum.'
Aan de noordzijde van de kruisbeuk van de kerk staan op grafzerken deze namen en wapens: * Op 8 februari 1573 stierf Christiaan van der Vliet Wellensz, brouwer te Delft, hij ligt hier begraven.
Op diezelfde plaats bevindt zich ook een steen waarop geen schild is weergegeven, maar wel een koopmansteken en de hier volgende woorden:
Hier ligt begraven Gerrit Gerritsz van Almelo, stierf op 2 december 1583.
Op een andere blauwe steen, niet ver hiervandaan, staat: Het graf van Gerrit Sweersz en Roelof van Wijkersloot Jansz die hier begraven zijn, elk met zijn vrouw. * Hier staat een skelet afgebeeld.
In de kapel van St. Andreas, groen geverfd, zijn de volgende woorden en wapens gebeeldhouwd: * Dirk Jansz, priester, stichter van deze kapel. Item: Alijt, dochter van Ansem Salm, stichteres van deze beide vicarieën, de een van vijf missen, de ander van drie missen per week.1
Gestorven 25 januari. * - 12 september 1624. * Adriaan van Lanscroon, heer van Boshuizen.
Op het raam met de twaalf familiewapens die op de bladzijde hiernaast [pag. 181] zijn afgebeeld, leest men onderstaand opschrift:
De Sacramentsbroederschap van deze kerk heeft dit raam ten geschenke gegeven.
Men zegt dat in een steen voor het koor nog dit grafschrift staat te lezen:
A.D. 1390, daags na St. Victor, stierf Dirk van Schorrenberg, erfschepen van Utrecht, bid voor zijn ziel.
In het koor van deze kerk, hangt aan de zuidzijde nog een oud geschilderd tafereel dat bijna vergaan is. Uitgebeeld is de victorie van de burgers van Utrecht tegen de troepen van Lichtenberg, die de stad vijandig gezind waren. Men ziet twee legers gewapende mannen, in ouderwetse kleding, bij de ene staat een man die zijn zwaard trekt bij de standaard van Lichtenberg, drie gouden leliën in een veld van keel [rood]. In een oude genealogie van de Renesses, wordt dit verhaal aldus verteld:
Het is vermeldenswaard wat er gebeurde toen Jacob van Lichtenberg de vijand van de stad Utrecht was geworden. Hij had zijn leger in slagorde opgesteld en stond klaar om de burgers van Utrecht aan te vallen. Op dat moment verscheen Jezus aan de hemel, hangend aan het kruis boven het hoofd van de Utrechters. De Lichtenbergers schrokken zich een ongeluk en sloegen halsoverkop op de vlucht, zodat Jacob zelf te nauwernood ontkwam. Maar de Utrechters keerden ongedeerd, met ontplooide en vliegende vaandels, in grote vreugde en triomf terug naar de stad. Die oorlog vond plaats in 1305. De Lichtenbergers waren echter in aantal verreweg het sterkst. Jacob, die onder andere gulden ridder was, heeft vóór die tijd op eigen gezag bisschop Willem van Mechelen2 een heel jaar gevangen gehouden in zijn huis Lichtenberg, aan de Plaatse van Utrecht. Enige tijd later werd die door boeren bevrijd, en wilde vervolgens wraak wilde nemen voor deze gevangenschap. Maar op een plek genaamd Hogenoord bij De Meern, niet ver van Utrecht, werd hij door diezelfde Jacob en zijn troepen in de pan gehakt. Dit feit vindt men vermeld in de Divisiekroniek 21, hoofdstuk 24, blz. 202, en uit ditzelfde werk van Van Gouthoven in zijn kroniek, blz. 362; Heda3 blz. 343.
1. Zie Bogaers 2001, k. 82.
2. Bisschop van Utrecht 1296-1301.
3. Heda in zijn Geschiedenis van de oude Utrechtse bisschoppen schrijft: 'Niet ver van de plaats Montfoort, Hogewaard', dus niet 'Hogenoord dichtbij Malrum'.
Bladeren
Weergave