Monumenta Van Buchel pag. 168 (fol. 88v)


Monumenta Van Buchel pag. 168 (fol. 88v)

Transcriptie

De Johannieters
Mirum est tam celebris ordinis, apud nos vix memoriam in monumentis veteribus superesse, et nomina prefectorum maxima ex parte desiderari nisi quod verisimile sit posteros, a militia sacra cui destinabantur, abhorruisse, ideoque paupertatem studiose simulasse, quasi impares essent ferendis sumptubus in militiam profecturis necessariis, eaque de causa equestrem ordinem abiurasse et eius vice sacerdotalem amplexos fuisse, ut sic scilicet securius ventri et otio indulgerent ab armis immunes tantummodo pecuniam exiguam satis stipendii loco ad sacram illam militiam mitterent atque ita plerique posterorum, a generoso et militari illo instituto degenerantes penitus, adeo saepe decoris et honestatis ne dicam relligionis obliti vixerunt ut vulgo vere Epicuri de grege porci audiant.
Invenio:

Balivos ordinis divi Johannis sive commendatores sanctae Catarinae Traiecti
Dominum Jacobum de Denemercken, episcopum Sudensem, anno 1319, 1322.
Jacobum de Nievelt, anno 1382.
Rutgerum Pauli, anno 1389.
Item Forestum, anno 1400.
Anno 1404 vivebat frater Arnoldus de Doeven, commendator sanctae Catarinae, atque paulo ante illa tempora frater Johannes Vogel, balivus, anno 1401, 1404.
Anno 1305, frater Theodoricus de A, sub Guidone episcopo.
Anno 1333, frater Gerardus de Hamerstein, commendator et balivus sanctae Catarinae.
Guilelmus Caverson scripsit de ordine johannitarum, quem librum satis antiquum vidi, cum vetustis item imaginibus litera barbarica, quamvis et alius editus Romae, in quo effigies praefectorum expressi spectantur.1 Uterque erat apud Albertum Lappium.
In caenaculo haec insignia praefectorum tantum supersunt, precedentibus Letheo quasi flumine demersis: *
Engelbertus de Foreest, 1475.
Sanderus Roy, 1490, '84.
Gervasius de Someren.
Bernardus a Duven, obiit anno 1551, tempore translationis.
Walter Bilart, obiit 4 martii anno 1560.
Guilelmus ab Heteren, coadiutor 1555, obiit XV augusti 1561.
Jacobus de Denemercken.
Henricus Berck, obiit 12 octobris 1602.
Jacobus de Nievelt.
Frater Theodoricus van der A, 1300, 1305.
Aernt van Doven, 1413.
Sanderus de Herwen, 1434.
Is bij mij een briefken de anno 1300, aldus beginnende:
'Theodoricus dictus de Ja, commendator ordinis beati Johannis Baptiste Jerosolemis, et domus sanctae Katerinae in Traiecto,' het segel in groen wasse is verschillende van het wapen van der Aa, aldus: *

1. Caorsin (of Caoursin, 1430-1501) heeft eind vijftiende eeuw verschillende boeken over de johannieters geschreven, ondere andere Le fondement du S. Hospital de l' Ordre de la chevalerie de S. Jehan Baptiste de Jerusalem, herdruk Parijs 1822.


Vertaling

De Johannieters
Het is verwonderlijk dat zo'n beroemde orde bij ons nauwelijks enige herinnering op oude monumenten heeft nagelaten, en dat de namen van de leiders grotendeels ontbreken. Maar de latere ordeleden hebben een afkeer gekregen van de gewijde krijgsdienst waartoe zij bestemd waren. Het kan zijn dat ze ijverig hebben voorgewend dat ze arm waren en daarom niet in staat waren om de onkosten te dragen die nu eenmaal gemaakt moeten worden door hen die onder de wapenen gaan. Dat zou de reden zijn waarom ze de ridderlijke staat hebben afgezworen en in plaats daarvan de priesterlijke hebben aangenomen. Zodoende konden ze zich natuurlijk des te geruster overgeven aan eten en nietsdoen, niet gehinderd door wapendienst. Slechts een uiterst klein bedrag voor levensonderhoud hoefden ze aan hun zogenaamde heilige krijgsdienst te besteden. Verscheidene van de latere ordeleden waren totaal ontgroeid aan dat edele militaire instituut, en hebben er maar al te dikwijls op los geleefd, zonder besef van wat passend en eerbaar - om nog te zwijgen van godsdienstig - is. Daarom werden zij terecht door het volk zwijnen uit de kudde van Epicurus genoemd.
Ik vind als:

Balijers van de Orde van St. Jan, of commandeurs van St. Catharijne te Utrecht1
Jacob van Denemarken, bisschop van Suden, in 1319 en 1322.
Jacob van Nievelt in 1382.
Rutger Paulusz in 1389.
Een zekere Van Foreest in 1400.2
In 1404 leefde broeder Arnold van Doeven, commandeur van St. Catharijne, en iets eerder broeder Jan Vogel, balijer in 1401 en 1404.
In 1305 broeder Dirk van der Aa, onder bisschop Gwijde.
In 1333 broeder Gerard van Hamerstein, commandeur en balijer van St. Catharijne.
Guillaume Caorsin heeft over de johannieterorde geschreven; ik heb dat boek gezien, het is tamelijk oud, ook zijn de afbeeldingen ouderwets en het schrift is barbaars [=gotisch?]. Maar er is ook een ander boek, uitgegeven te Rome, waarin men de portretten van de commandeurs afgebeeld ziet. Beide boeken waren bij Albert Lap van Waveren.
* In de eetzaal zijn alleen nog deze wapens van commandeurs overgebleven, maar hun voorgangers zijn als het ware in de rivier de Lethe ondergegaan:
* Engelbert van Foreest 1475. *
* Sander van Raey 1490 en 1484.
* Gervasius van Someren.
* Bernard van Duiven is gestorven in 1551 ten tijde van de verhuizing.
* Walter van Bijler is gestorven op 4 maart 1560.
* Willem van Heteren, coadjutor, is gestorven op 15 augustus 1561.3
* Jacob van Denemarken.
* Hendrik Berck is gestorven op 12 oktober 1602.
* Jacob van Nievelt.
* Broeder Dirk van der Aa 1300, 1305.
Arnold van Doeven 1413.
Sander van Herwen 1434.
Bij mij berust een briefje uit het jaar 1300 dat aldus begint:
'Dirk van der Aa, commandeur van de orde van St. Jan de Doper van Jeruzalem en van het klooster van St. Catharina in Utrecht.' Het zegel van groene was verschilt van het wapen van Van der Aa, aldus: *

         

1. Zie Van Beresteyn 1934.

2. Vermoedelijk Engelbert, maar dan klopt het jaartal niet.

3. Hij overleed na een jaar balijer te zijn geweest in 1561, zonder een coadjutor te hebben kunnen aanwijzen. Als opvolger werd Berck gekozen.


Monumenta

Bladeren

Weergave