
In navi huius ecclesiae sepultus est Gisebertus, dominus de Goye cum armis, et nescio quid fama referat de eo capite punito, hoc certum sepulcrum hoc anno 1555 repertum, et apertum. Vide de hoc literas testimoniales domini Jacobi de Gaesbeke etc., anno 1411 capitulo datas Libro F, fol. 140 verso.
Structura novi chori ecclesiae sanctae Mariae Traiectensis, anno 1340 facta, ex literis domini Henrici de Jutfaes, decani Traiectensis, eodem anno datis 12 octobris magister Hugo Pollaert, olim canonicus Maioris, legavit ecclesiae sanctae Mariae 100.000 coctorum laterum, ad usus et constructionem novi chori, eiusdem ecclesiae dudum inchoati, solvenda eidem ecclesiae cum animo perficiendi eundem chorum.
In domo capitulari pictura est ex templo delata, satis scabra et caduca cum sequenti elogio:
Andreas Mantegna Mantuanus, ob insignem pingendi artem, a Mantuano principe opimis firmatus stipendiis, et in equestrem ordinem relatus, atque ab Innocentio VIII, pontifice maximo, honore muneribusque ornatus pingebat. Vixit annos LXVI, obiit anno post Christum natum MDXVII.
Munus domini Theodorici a Rijswijck, ecclesiae collegialis divi Clementis in Wissel prepositi, et huius templi canonici, anno LV a virgineo partu.
4 aprilis anno 1636, cum dominus Pontanus, professor Hardervicenus, me invisisset, et monuisset de unicornibus Marianis, cum eodem decanum Neoportium adii et is nobis aditum fecit ad domum capitularem aedis divae Virginis, ubi ea vidimus numero tria, ponderosa et solida1 aliquantulum striata, sed minora eo quod est apud Dionisianos prope Lutetiam, pedum nempe V. unum erat concavum, unde animi causa aliquando potare solent.
Sunt2 et ibidem duo ex aere icunculae alatae, Mercurium referre videbantur, credunt olim fuisse idola gentilium ante christianismum et cornu magnum affabre factum, quo populus convocabatur, cum immolationes diis fierent.
1. Deze zin (4 aprilis ... solida) door Langeraad geciteerd in zijn Diarium-inleiding, LXXIII.
2. Doorgehaald: Vidi.
In het schip van de Mariakerk is begraven Gijsbert, heer van 't Goy, met zijn wapenrusting. Geruchten zeggen dat hij de doodstraf heeft gekregen, maar dit is zeker: het graf is in 1555 gevonden en geopend. Zie hierover het schriftelijk getuigenis dat Jacob van Gaasbeek in 1411 aan het kapittel gegeven heeft, in Liber F, fol. 140 verso.
Toen de muren van het nieuwe koor van de Mariakerk te Utrecht in 1340 werden gemetseld, heeft, blijkens een akte van Hendrik van Jutfaas, Domdeken, gedateerd 12 oktober van datzelfde jaar, wijlen mr. Hugo Pollaert, Domkanunnik, aan de Mariakerk honderdduizend bakstenen gelegateerd. Dit legaat was bedoeld voor de bouw van het nieuwe koor van de kerk, waarmee men kort tevoren begonnen was. Het moest aan de kerk betaald worden, met de bedoeling dat men het koor zou voltooien.
In het kapittelhuis bevindt zich een schilderstuk dat is overgebracht uit de kerk, nogal vuil en verwaarloosd, met het volgende opschrift:
Andrea Mantegna, uit Mantua, die wegens zijn voortreffelijke schilderkunst door de hertog van Mantua van een rijk inkomen verzekerd was en in de ridderstand verheven werd, en van paus Innocentius VIII veel eerbewijzen en geschenken kreeg, heeft dit geschilderd. Hij werd 66 jaar en is gestorven in het jaar 1517 na Christus' geboorte.1
Een geschenk van Dirk van Rijswijk, proost van de kapittelkerk van St. Clemens in Wissel,2 kanunnik van St. Marie, in het jaar [15]55 na de maagdelijke geboorte.
Op 4 april 1636 kreeg ik bezoek van professor Pontanus3 uit Harderwijk, die mij vertelde over de eenhoorns van de Mariakerk. Ik ben toen met deze heer naar deken [Willem van der] Nijpoort gegaan, en deze heeft ons toegang verschaft tot het kapittelhuis van de Mariakerk. Daar hebben wij ze gezien, alle drie, zwaar en massief en enigszins gegroefd. Maar ze zijn kleiner dan de hoorn die zich bevindt in St. Denis bij Parijs. Dat was er namelijk één van vijf voet, die uitgehold is, zodat men er soms wel voor de grap uit drinkt.
Er zijn ook twee gevleugelde beeldjes van brons, die blijkbaar Mercurius voorstellen. Men denkt dat het heel vroeger afgodsbeeldjes waren van de heidenen, vóór de kerstening. Ook is er een grote hoorn, kunstig gemaakt, waarmee het volk werd bijeengeroepen wanneer er aan de goden werd geofferd.
1. Mantegna (1431-1506) werd 75 jaar.
2. Dorp tussen Kleef en Kalkar.
3. Johannes Isaäcsz Pontanus (1571-1639), hoogleraar in de fysica en mathesis (incl. medicijnen) te Harderwijk. Hij bezocht Van Buchel dikwijls; zie Van Campen 1940, X.
Bladeren
Weergave