
Praepositi sancti Petri
Rudolphus, praepositus sancti Petri, anno 1085. *
Ansfridus, 1108, Godebaldus, 1108.
Theodoricus, 1119, 1121.
Athelmus, 1133.
Luzo, 1151, 1134.
Albero, 1139, 1138.
Luitbertus, praepositus, 1145.
Andreas, 1157.
Godefridus, 1178.
Walterus, praepositus, 1196, 1200.
Wigerus vel Wickerus, 1226, 1227.
Reimarus, 1228, '34, '39, 1247.
Engelbertus de Isenbroecke, praepositus sancti Petri, anno 1270, 1272.
Ricoldus de Hezewijck, praepositus, 1320, 1337.
Stephanus de Busichem, successor Engelberti, 1277, 1281, 1285, 1290.
Balduinus, frater comitis de Benthem, et Egberti, 1258.
Peregrinus de Reno, praepositus, 1367.
Fridericus Zierick anno 1294, episcopus factus anno 1317, obiit anno 1322.
Dominus Walterus de Bloemendael, praepositus sancti Petri, anno 1350.
Swederus Uterloe, anno 1357, 1362, inde praepositus Maioris, obiit anno 1378, 22 aprilis, sepultus in Martiniano.
Rodulfus ab Isendoren, praepositus sancti Petri, anno 1393, 1386, 1400, 1410 obiit.
Jacobus a Lichtenberch, electus anno 1410, anno 1412, 1425, obiit anno 1449, 2 septembris.
1403 vel 1442.
Henricus de Roever de Winsen, anno 1449, 6 septembris, successit.
Anno 1452 obiit magister Johannes Scade, praepositus sancti Petri, et canonicus Maioris.
Wouterus de Gouda creditur Jacobo de Lichtenberch successisse, invenitur anno 1452, 1459, 1463.
Magister Joannes de Burgundia, 1476 successit
Joannes Heesboom anno 1478, 3 junii, successit.
Nicolaus, praepositus sancti Petri Traiectensis, filius naturalis Antonii Burgundiae, nothi comitis de la Roche, 1498.
Hic successit Nicolaum anno 1537 in novembri.1
Fredericus Scenck a Tautenberch, praepositus sancti Petri, inde post Georgius Egmond episcopus, ac post archiepiscopus Traiectensis, obiit anno 1580.
Post hunc Albanus praeposituram dedit Walterio Kerckhornio, anno 1569, 16 decembris.
Huic successit filius Johannis Wilhelmus de Alenderp, anno 1580, 1a septembris.
Cui successit anno 1595, 28 augusti, Adolphus de Alendorp, frater.
Quem secutus fuit Johannes de Wijck, scolastici filius, in junio 1633.
1. Deze zin is doorgehaald.
Proosten van St. Pieter
Rudolf, proost van St. Pieter in 1085. *
Ansfried, proost van St. Pieter, 1108.
Godebald, 1108.
Dirk, 1119, 1121.
Adelhelm, 1133.
Luzo, 1151, 1134.
Albero, 1139, 1138.
Lubbert, proost, 1145.
Andreas, 1157.
Godfried, 1178.
Walter, proost, 1196, 1200.
Wiger of Wicker, 1226, 1227.
Reimer, 1228, 1234, 1239, 1247.
Engelbert van Isenbroeck, proost van St. Pieter in 1270, 1272.
Ricold van Heeswijk, proost, 1320, 1337.
Steven van Beusichem, opvolger van Engelbert, 1277, 1281, 1285, 1290.
Boudewijn, broer van de graaf van Bentheim en van Egbert, 1258.
Pelgrim van Rijn, proost 1367.
Frederik van Sierck, in 1294; hij is bisschop geworden in 1317, en gestorven in 1322.
Walter van Bloemendaal, proost van St. Pieter, in 1350.
Zweder van Uterlo in 1357, 1362, vervolgens Domproost; hij is gestorven op 22 april 1378, en begraven in de Dom.
Rudolf van Isendoren, proost van St. Pieter in 1393, 1386, 1400; in 1410 is hij gestorven.
Jacob van Lichtenberg, gekozen in 1410; in 1412, 1425; hij is gestorven op 2 september 1449; 1403, of 1442.
Hendrik Rover van Winssen was zijn opvolger op 6 september 1449.
Mr. Jan van Schade, proost van St. Pieter en Domkanunnik, in 1452 gestorven.
Wouter van der Gou, van hem neemt men aan dat hij Jacob van Lichtenberg opvolgde; men vindt hem in 1452, 1459, 1463.
Mr. Jan van Bourgondië is hem opgevolgd, 1476.
Jan Heesboom is hem opgevolgd op 3 juni 1478.
Nicolaas, proost van St. Pieter te Utrecht, was een natuurlijke zoon van Anton van Bourgondië, de [Grote] bastaard, graaf van La Roche, 1498.
Hij volgde Nicolaas op in november 1537.
Frederik Schenck van Toutenburg, proost van St. Pieter, vervolgens, na George van Egmond, bisschop en later aartsbisschop van Utrecht. Hij is gestorven in 1580.
Na hem heeft Alva de proosdij gegeven aan Walter Kerkhoven op 16 december 1569.
Willem van Alendorp, de zoon van Jan, volgde hem op, op 1 september 1580.
Zijn broer Adolf van Alendorp volgde hem op, op 28 augustus 1595.
Hij werd opgevolgd door Jan van Wijk, de zoon van [Willem van Asch van Wijk], scholaster, in juni 1633.
Bladeren
Weergave